LEVENDE
GEDACHTEN
x
OSHO
x
KRISHNAMURTI
x
MAHARISHI
x
MEHER BABA
x
SAI BABA
x
VIVEKANANDA
x
BHAGAVAD GITA
x
MYSTIEK
x
NIETZSCHE
SPINOZA
FILOSOFIE OVERIGE
x
I TJING  
x
THOMAS EVANGELIE
x
OVERIGE
x
CITATEN
x
TREFWOORDEN & LINKS
x
SITEMAP
x
HOMEPAGE

 

   EPICURUS  (50-130)           TREFWOORD < EPICURUS>

CITATEN 

Hetgeen men heeft, moet men niet bederven door verlangen naar wat men mist, maar bedenken, dat ook het verkregene tot onze wensen behoorde.
Wennen aan een simpel en sober voedingspatroon draagt bij tot de gezondheid, het zorgt ervoor dat een mens opgewassen is tegen de ontberingen waarmee het leven ons onvermijdelijk confronteert, het maakt dat wij stevig in onze schoenen staan wanneer wij na tijden van gebrek op overvloed stuiten.
Wanneer wij dus zeggen dat lust ons levensdoel is, hebben wij het niet over de lust van losbandige lieden of over de lust die gelegen is in actief genieten zoals sommige mensen denken die niet weten waar ze het over hebben en die met ons van mening verschillen of aan onze leer een negatieve uitleg geven maar wij doelen op een toestand, waarin het lichaam geen pijn heeft en de ziel niet verontrust wordt.
Het gelukkige leven komt niet tot stand door drinkgelagen en onafgebroken feesten, noch door het genieten van jongens en vrouwen, of het eten van vissen of andere spijzen die de rijk voorziene tafel biedt, maar door nuchter denken, dat niet alleen de gronden onderzoekt van elk kiezen en vermijden, maar ook de ongegronde meningen uitbant waardoor de grootst mogelijke onrust zich van onze geest meester maakt.
Het hoogste goed is praktisch verstand. Daarom is praktisch verstand zelfs waardevoller dan de filosofie. Uit dit verstand vloeien de andere deugden van nature voort, en het leert ons dat het niet mogelijk is om aangenaam te leven zonder verstandig en goed en rechtvaardig te leven, en evenmin om verstandig en goed en rechtvaardig te leven zonder aangenaam te leven. De deugden horen immers van nature bij het aangename leven en het aangename leven is met de deugden onlosmakelijk verbonden.
De rechtvaardige geniet de grootst mogelijke rust, de onrechtvaardige is een en al onrust.
Het is onmogelijk om de meest wezenlijke angsten weg te nemen, als men niet weet wat de aard van het heelal is, en nog bang opziet tegen iets dat in de mythen thuishoort. Zonder natuurwetenschap is het daarom niet mogelijk om puur te genieten.
Van alle middelen tot volledig levensgeluk die de wijsheid ons verschaft, is het verwerven van vriendschap verreweg het belangrijkste.
Bij een discussie die de redelijkheid zoekt heeft hij die het onderspit delft groter voordeel, voor zover hij er iets van opgestoken heeft.
De aanwezigheid van rijkdom neemt geestelijke onrust niet weg, en verschaft ook geen noemenswaardige vreugde. Hetzelfde geldt voor eer of aanzien bij de mensen, of voor iets anders dat het gevolg is van onduidelijke oorzaken.
Je moet eerder bedenken met wie je wilt eten of drinken dan wat je wilt eten en drinken. Want zonder een vriend is ons leven het voederen van een leeuw of een wolf.
De dood gaat ons niet aan. Zolang wij er zijn, is de dood er niet; en wanneer de dood er is, zijn wij er niet.
God is in de wereld inbegrepen. Hij is de ziel van de wereld. Hij is de schepper van de wereld en de vader van alles. Ja, de ganse aarde en de ganse hemel vormen het goddelijke zijn; God woont zelfs in de riolen, in de spoelwormen en de misdadigers. De wereld is dus een organisch geheel, een alomvattend, met rede begiftigd levend wezen, en de rede doordringt ieder deel van de wereld.
Wil God kwaad voorkomen, maar kan hij niet? Dan is hij niet almachtig. Kan hij wel, maar wil hij niet? Dan is hij kwaadaardig. Kan hij wel en wil hij wel? Waar komt dan het kwaad vandaan? Kan hij niet en wil hij niet? Waarom noemt men hem dan God?
Als ik er ben is de dood er niet, als de dood er is ben ik er niet.
Het genot is oorsprong en doel van het gelukkige leven.
De dood kan ons wat we beleefd hebben niet ontnemen, zij kan ons alleen de toekomst ontnemen, die niet bestaat.
Leeg is het betoog van de filosoof dat niet in staat is het menselijke lijden te verlichten.
We kunnen van rampspoed genezen door de dankbare herinnering aan wat we zijn kwijtgeraakt.
 TREFWOORD < EPICURUS>