LEVENDE
GEDACHTEN
x
OSHO
x
KRISHNAMURTI
x
MAHARISHI
x
MEHER BABA
x
SAI BABA
x
VIVEKANANDA
x
BHAGAVAD GITA
x
MYSTIEK
x
NIETZSCHE
SPINOZA
FILOSOFIE OVERIGE
x
I TJING  
x
THOMAS EVANGELIE
x
OVERIGE
x
CITATEN
x
TREFWOORDEN & LINKS
x
SITEMAP
x
HOMEPAGE

 

      KRISHNAMURTI: TOESPRAKEN MET GEDACHTENWISSELING 

  GEEN DENKEN BIJ ONMIDDELLIJKE UITDAGING  

Wij hebben gezegd, dat het denkende de oorsprong is van de vrees: het denken, dat de splitsing teweegbrengt tussen de waarnemer en het prachtige tulpenveld voor hem.

Wij vroegen ons af of dat denken, dat ingrijpt, dat vormen geeft, dat een zekere omtrek van waardering en beoordeling aan de dingen geeft - of dat denken (dat zowel genot als pijn veroorzaakt en waarvan wij zo zeer afhankelijk zijn om al onze problemen op te lossen) eigenlijk wel in staat is ooit een probleem op te lossen.

Het zou wel eens kunnen zijn dat dit het centrale probleem, dat de kern van alles was, zodat het inzicht daarin wel eens al onze problemen zou kunnen oplossen.

De mens heeft zich immers op het denken verlaten.

Alles wat we doen of wat we nalaten wordt uit denken geboren. Georganiseerd denken wordt tot denkbeeld en volgens een denkbeeld, een ideaal handelen we.

Als u oplettend waarneemt blijkt handelen altijd iets levends.

Doen, zijn, handelen speelt zich altijd af in het levende heden; en het denkbeeld of het ideaal in de toekomst en is onwerkelijk.

Daarom ligt in handeling een conflict, wanneer er een splitsing is tussen de handeling en het doen ervan - tussen enerzijds het doen zelf, nu op dit ogenblik, en anderzijds het vergelijken van dat doen met het ideaal.

Daarin ligt een conflict.

In werkelijkheid is er daardoor helemaal geen handeling, want zo is de handeling alleen maar de benadering van dat, wat zou moeten zijn.

Wij vragen ons dus nu af, of het mogelijk is te handelen - nee, luistert u toch eerst en zeg u niet direct dat dat wel of niet zo is; wij vragen ons nog pas af of het mogelijk is, te handelen zonder denkbeeld, wat wil zeggen dat het zien ook het doen is.

En dat doen we, wanneer we in groot gevaar verkeren, wanneer vlak voor een overweldigende crisis staan.

Wanneer we door een geweldig gevaar bedreigd worden, is er ogenblikkelijke handeling; dan is er niet eerst het denkbeeld of het ideaal volgens welke we dan handelen.

Dan is er ogenblikkelijke reactie op een onmiddellijke uitdaging.

In zo'n geval heeft het denken de tijd niet om op gang te komen.

Natuurlijk heeft u zelf in uw leven wel opgemerkt, dat wanneer door een ernstig gevaar bedreigd worden, wanneer er onmiddellijke handeling van ons geŽist wordt, het denken geen kans krijgt om tussenbeide te komen of in te grijpen in het doen van de handeling.

En, zoals we gisteren nog meer gezegd hebben: de vrees, waar we ons vanochtend mee bezig houden, wordt uit het denken geboren.

Het denken aan morgen en aan wat gisteren een genoegen of een verdriet geweest is, en het instandhouden van dat verdriet of dat genoegen door het denken, geeft daaraan de continuÔteit.

Dat ligt - dunkt me - wel voor de hand, niet waar?

Welk probleem u ook bij de kop vat, een nationaal of internationaal probleem, of het gevoel van eenzaamheid en isolement, het gevoel tot een gemeenschap te behoren, die in tegenstelling staat tot een andere gemeenschap - blank tegenover zwart enz. - u zult steeds zien, dat het probleem geschapen was door het denken.

Dat is nogal duidelijk.

Het denken, dat veiligheid heeft nagestreefd door splitsing, door nationaliteiten, door apartheid, heeft het probleem geschapen.

Dan gaat het denken aan de slag, om dat probleem op te lossen; maar denken kan het probleem niet oplossen.

We kunnen wetten uitvaardigen, maar de wetgeving vernietigt de afzondering niet, neemt niet het gevoel weg van isolement, van uitgesloten zijn door de tegenstelling met anderen.

Toch gebruiken we onophoudelijk het denken om te trachten, al onze problemen op te lossen.

Maar als u goed toeziet, heeft het denken juist de problemen geschapen.

Neemt u de oorlog.

Vijfduizend jaar lang in de historie heeft de mens vijftienduizend oorlogen beleefd, d.w.z. ongeveer twee en een halve oorlog per jaar.

Het denken heeft oorlog en vijandigheid doen ontstaan.

Het denken heeft een bepaalde levensstijl opgebouwd, die onvermijdelijk tot oorlog moet leiden.

Dat beseffen we dan en dus zegt het denken 'we willen vrede'.

En dus gaat het denken aan de slag om allerlei methoden te bedenken en plannen en systemen uit te werken, om zichzelf aan de ene kant te versterken in de vorm van een nationalistische leger en aan de andere kant te gaan ijveren voor internationale vrede en broederschap, goedheid en mensenliefde.

Dit alles is een volkomen tegenstrijdigheid, die juist geschapen is door het denken.

En zoals wij ontdekken in alle menselijke verhoudingen, is het ook het denken, in zijn streven naar troost, veiligheid en genot - seksueel of ander genot - dat talloze problemen schept.

En dan nemen we onze toevlucht tot het denken om juist die problemen op te lossen, die eerst door het denken zijn geschapen.

De mens heeft - zoals we zien - zijn leven op het denken gebaseerd. Het leven is iets, dat voortdurend weer nieuw is.

Het leven schudt ons voortdurend weer wakker; het daagt ons voortdurend uit met nieuwe fases, nieuwe levensstijlen.

Die uitdaging, die spoorslag beantwoorden we altijd weer volgens ons eigen oude patroon, nl. het denken.

Daardoor is er een tegenstrijdigheid tussen onverenigbare dingen.

Is het dus mogelijk, het denken te doen ophouden?

Denkt u a.u.b. niet, dat ik niet goed wijs ben - is het mogelijk aan het denken een einde te maken?

Kan men naar het tulpenveld kijken, zonder dat het denken of het woord tussenbeide komt?

Ik weet niet, of u dat ooit werkelijk geprobeerd heeft - of dat u het ooit gedaan heeft?

Heeft u gekeken naar een bloem, naar een wolk, of naar een boom, zonder dat de woorden, of de herinneringen, zonder dat de kennis van dingen, die u al eerder gezien heeft ingrijpen - gekeken naar de dingen, alsof u er voor de allereerste naar keek?

Zo, dat u kijkt zonder dat de denker aanwezig is en dus zonder denken, zodat de ruimte tussen u, de waarnemer en het waargenomen ding verdwijnt?

Niet dat u die bloem wordt, of u vereenzelvigt met die bloem.

Dat zou absurd zijn, u kunt eenvoudig geen tulp worden.

U kunt niet die mooie boom of wolk worden.

Mensen proberen wel eens zich te vereenzelvigen met wat ze zien, maar dat is te kinderachtig en onrijp om over te praten.

Maar het tulpveld voor u zien zonder de kern, de waarnemer, de denker - als u dat ooit heeft gedaan zult u gezien hebben, dat die tussenruimte eenvoudig verdwijnt.

En wanneer er geen ruimte is tussen de waarnemer en het waargenomene, dan is de waarnemer het waargenomene.