LEVENDE
GEDACHTEN
x
OSHO
x
KRISHNAMURTI
x
MAHARISHI
x
MEHER BABA
x
SAI BABA
x
VIVEKANANDA
x
BHAGAVAD GITA
x
MYSTIEK
x
NIETZSCHE
SPINOZA
FILOSOFIE OVERIGE
x
I TJING  
x
THOMAS EVANGELIE
x
OVERIGE
x
CITATEN
x
TREFWOORDEN & LINKS
x
SITEMAP
x
HOMEPAGE

 

      MYSTIEK      

  DE GEESTELIJKE BRUILOFT  

Een man die weinig schokkends beleeft heeft, zijn lange leven sleet in en rond Brussel en in wiens werk nauwelijks iets te bespeuren is van het wrede en woelige van zijn tijd.

Wat het meest opvalt in zijn werk is het kabbelende, breed uitgesponnen, sappige schrijven, waardoor men haast vanzelf heenglijdt over passages die toch wel gruwelijk zijn, met name de liefdesverhouding tussen God en de mysticus beschrijft als een elkaar verslinden.

Christus' minne is gierig en tegelijk mild... Zijn honger is bovenmate groot.

Hij verteert ons ten gronde uit, want hij is een gulzige gast en hij heeft de geeuwhonger.

Konden wij het hartstochtelijke verlangen doorzien dat Christus bezielt, wij zouden onszelf niet kunnen tegenhouden en hem in de keel vliegen.

Of een andere passage over de mystieke drift:

En de ziel die mint, is bijzonder vraatzuchtig en gulzig: haar mond staat wijdopen, alles wat haar getoond wordt, wil zij hebben.

Zij is echter een schepsel en vermag God niet geheel te verslinden of te bevatten.

En daarom moet ze haken en hunkeren, voor eeuwig honger en dorst blijven hebben.

Van Ruusbroec zijn twaalf werken bekend, waarvan een voornamelijk bestaat uit stukken van Eckharts hand.

Dit oeuvre is al direct voor een deel vertaald, onder anderen door Gert Groote, en in zijn geheel in 1552.

Hierdoor was dit werk, samen met dat van Suso en Tauler, algauw wijd en zijd bekend.

Ruusbroec beschrijft geen individuele ervaringen, maar is een echte leraar: hij geeft richtlijnen hoe met ervaringen om te gaan.

Ook is hij niet origineel in zijn interpretaties van die ervaringen.

Hij borduurt voort op het beeld van Eckhart: de godheid die beeldloos een is en het vloeiende leven van de barende God in de Zoon en de Geest.

Hij past dit toe op wat Eckhart de hoogste vorm van mystiek noemt: naar buiten en naar buiten gaan, werkzaam en zich bezinnend, geŽngageerd zonder dat de eenheid met de godheid verstoord wordt.

Beelden van de zee, van de seizoenen, enzovoort, dienen bij hem om dit uit en ingaan, in God en in de mysticus, telkens anders te beschrijven.

Hij spreekt dan ook over de 'ghemeyne mens', de open mens die alles deelt met allen, zo als ook God 'hemen' is.

De volwassen mysticus beschrijft hij aldus:

Zo bezit hij een 'hemen leven' want schouwen en werken liggen hem even na en in beide is hij volmaakt.

Of nog anders:

Zoals wij onze zintuiglijke ogen opendoen, ermee kijken en weer sluiten - en dat gebeurt zo snel dat wij het niet eens gewaarworden - zo sterven wij in God, leven wij vanuit God en blijven voortdurend een met God.

De weg naar deze hoogte is bij Ruusbroec die van de 'Geestelijke Bruiloft'.

Het boek dat deze titel draagt, begint met de bijbeltekst uit de parabel van de wijze en dwaze maagden: 'Ziet de bruidegom komt; gaat uit, hem tegemoet.'

De Bruidegom komt, de bruid gaat hem tegemoet.

Beiden leggen een weg af, inspelend op elkaar.

In het OT Hooglied is dit beschreven, in Christus op z'n volmaaktst verwerkelijkt.

In de mystiek begenadigde herhaalt zich dit historische gebeuren op zeer individuele wijze.

In Ruusbroec is de middeleeuwen mystiek op haar hoogtepunt en tegelijkertijd op haar eind.

Hij geeft de weg aan waarlangs de mens tot rust kan komen in het leven van alledag en welke weg de veilige is.

Hij put daarbij rijkelijk uit een lange traditie, door alle inquisitieprocessen wijs geworden.

Hij is beschouwelijk-speculatief en tegelijkertijd spreekbuis van een minnemystiek.