LEVENDE
GEDACHTEN
x
OSHO
x
KRISHNAMURTI
x
MAHARISHI
x
MEHER BABA
x
SAI BABA
x
VIVEKANANDA
x
BHAGAVAD GITA
x
MYSTIEK
x
NIETZSCHE
SPINOZA
FILOSOFIE OVERIGE
x
I TJING  
x
THOMAS EVANGELIE
x
OVERIGE
x
CITATEN
x
TREFWOORDEN & LINKS
x
SITEMAP
x
HOMEPAGE

 

      MYSTIEK      

  JOHANNES VAN HET KRUIS: HET GEESTELIJK HUWELIJK  

Johannes van het Kruis is geen mysticus die ook nog dichtte, zoals Teresa van Avila en Therese van Lisieux met haar vrome rijmelarijen.

Hij was een dichter die poëtisch vorm gaf aan zijn mystieke ervaringen.

Als hij uitleg moet geven, worstelt hij voelbaar met de gangbare taal die te weinig suggestieve mogelijkheden biedt.

De beelden waarin Johannes van het Kruis zijn ervaringen weergeeft, zijn merkwaardig genoeg extravert.

Hij gaat niet binnen in het kasteel van zijn ziel, maar trekt door de woestijn en de donkere nacht heen naar de top van een berg.

Hij gebruikt oeroude joodse beelden die hij uit de bijbel put: het liefdesproces beschreven in het 'Hooglied', de uittocht' uit Egypte, de 'donkere wolk' die het volk leidt en de berg 'Karmel'.

Dit laatste beeld gebruikt hij ook alles wat hij aan de karmelietessen in Beas had uitgelegd kernachtig samen te vatten.

Hij tekende dertien keer de 'berg Karmel' op een papier dat zij in het gebedenboek konden leggen.

De top is niet met een lijn, maar met een tekst gemarkeerd.

Deze luidt vertaald: 'Ik heb u binnengeleid in het land van de Karmel, opdat gij zoudt eten van haar vruchten, de beste daarvan.'

Een tekst uit de bijbel over het symbool van vruchtbare overvloed en genieting waaraan ook de Karmelorde vanouds haar inspiratie ontleent.

Merkwaardig is dat Johannes van het Kruis de berg van boven af bekijkt.

De wegen naar de top liggen er plat tegenaan, gezien als in vogelvlucht.

Dat van boven af bekijken is opvallend ook in een tekening van de gekruisigde en het is typisch voor zijn schrijven.

Hij heeft het geheel al 'gezien' en kan het slechts beetje bij beetje uitleggen.

In zijn gedichten zegt hij alles.

De prozaïsche uitleg komt slechts broksgewijs tot stand.

Hij is met verschillende commentaren tegelijk bezig, soms dicterend, soms schrijvend.

De top van de Karmel is voor hem het beeld van de volgroeide mystiek.

'De ziel wordt vergoddelijkt en is God door deelneming.

'Zij ademt in God zoals God ademt in haar'.

Het pure wezen van mens en God raken elkaar.

Deze aanraking is blijvend.

De mens is anders geworden.

Hij kijkt anders:

Hij kan nu zeggen: 'Van mij zijn de hemelen en van mij is de aarde.'

Dan meent de ziel dat heel de wereld een zee van liefde is, waarin zij is ondergedompeld en ze kan geen grens of einde zien waar de liefde ophoudt.

Op deze top is er geen weg meer omdat de mens dan spontaan Gods wegen bewandelt.

Op deze top is geen wet meer omdat de mens vanuit Gods leidende Geest weet wat te doen.

De top is een ander soort bewustzijn.

Niet dat we ons dan steeds God bewust zijn: 'Gewoonlijk rust Hij dan in het wezen van de ziel, slapend.'

Maar als we ons van dingen en onszelf bewust worden is dit anders. Vanuit een ander zicht en ook vanuit een andere motivatie.

Deze top wordt door Johannes van het Kruis ook weergegeven als het eindpunt van een verliefdheid: het geestelijk huwelijk.

Men wordt verliefd, men wordt een ander mens.

Niet zonder kleerscheuren.

In dit beeld speelt het 'verwond worden' van de mens als minnaar en rol, de 'liefdeskwetsuren'.

Men wordt door liefde getroffen.

De gewonde ziel achtervolgt de Beminde, langs de schepselen en de natuur, sporen van God maar ook tekenen van zijn afwezigheid.

Zij zoekt angstig naar de Beminde zelf.

Hij blijkt ongrijpbaar als zij naar Hem reikt.

Zij wordt zo telkens opnieuw door Hem uitgedaagd tot zij geheel leeg is geworden van begeren en door die leegte ruimte biedt voor de Bruidegom.

Wat Johannes van het Kruis beschrijft al volgroeide mystiek is ook door anderen beschreven.

Bijvoorbeeld door de 'Broeders en zusters van de vrije liefde' en de 'alumbrados'.

De kracht van Johannes van het Kruis echter schuilt hierin dat hij zich niet op een top verheven voelt boven de mensen in de laagvlakte en ook niet een volgroeide mystiek propageert als voor iedereen direct bereikbaar.

Vanaf de top kijkt hij naar beneden en ziet langs welk een steile weg hij er gekomen is.

Waarbij hij de mogelijkheid openlaat van een gemakkelijker weg, die evenwel niet zo snel naar de top zelf leidt.

Ook al gebruikt Johannes van het Kruis extraverte beelden voor de weg naar de top, deze weg is niet een mystieke ladder langs de schepping omhoog maar een psychische weg van innerlijke loutering.

Een steeds dieper doordringen in de bestaansgrond van ons ik.

De radicale weg is die van het 'nada' (niets), maar in de Grond is onze bestaansgrond immers 'niets', maar in de grond is het ik 'alles'. Bewustwording van dit 'niets' als keerzijde van het 'alles' kan geoefend worden door weg te trekken uit het 'ik' in zover dit naar zichzelf gekeerd is.

Uit het 'ik' dat begeert, egoïstisch, om te hebben voor zichzelf.

Als God begeerd wordt, is de cirkel rond.

Rond het ego.

Uit dit egocentrische narcisme is slechts een weg mogelijk: ons bewust worden en uit ervaring leren dat ons eigenlijke ik niet begerend is.

Deze 'uittocht' is een dubbele beweging: wij trekken uit ons oneigenlijk 'ik' weg en we worden uit onszelf weggetrokken naar ons ware 'ik'.

Johannes van het Kruis is vooral bekend geworden worden door zijn beschrijving van dit mystieke proces als een 'donkere nacht'.

Hij kende pseudo-Dionysius, die God als duisternis beschreef, al uit zijn studententijd.

Hij kende ook het bijbelse beeld van de donkere wolk.

Hij gebruikte deze beelden op en originele wijze: een pikdonkere nacht die God zelf is, maar ook een psychisch gebeuren.

Wij zien niets, ervaren niets dan donkerte, we verliezen waar we naar verlangden, vroomheid en godsbeelden worden nietszeggend, de zin van het leven ontglipt ons, we hebben geen 'smaak' meer in bidden.

En dit volslagen duister worden we toch geleid door een donker licht van binnen uit.

Door dit vage innerlijke kompas vervallen we niet tot wanhoop, houden we het uit, komen we er doorheen.

Deze nacht is iets dat we opwekken als we ons actief van alle begeerte ontdoen en bereid zijn alles op te geven, ook het religieuze.

Alles wat we ons van God voorstellen, wat we als gelukkig makende ervaringen beleefden, ook mystieke.

Als we moeten vechten met de beelden van vroeger om de leegte open te houden in een land zonder weg en licht, 'waar de mens zich ervaart als zonder God'.

Deze nacht is echter ook God zelf, in zover deze ons overkomt, niet door ons gepland, en ook in zover we er doorheen geleid worden.

Deze God lijkt echter in niets meer op de bekende 'God'.