LEVENDE
GEDACHTEN
x
OSHO
x
KRISHNAMURTI
x
MAHARISHI
x
MEHER BABA
x
SAI BABA
x
VIVEKANANDA
x
BHAGAVAD GITA
x
MYSTIEK
x
NIETZSCHE
SPINOZA
FILOSOFIE OVERIGE
x
I TJING  
x
THOMAS EVANGELIE
x
OVERIGE
x
CITATEN
x
TREFWOORDEN & LINKS
x
SITEMAP
x
HOMEPAGE

 

      OVERIGE: SPOORZOEKEN   

  CHRISTIAN SCIENCE: ALLES IS GEEST, DE MATERIE BESTAAT NIET  

Tegenover het 'alles is stof' van het materialisme vervalt Christian Science (CS) tot een ander uiterste en negeert de stof.

Alles is geest.

Cs tracht dan ook niet kwade stof goed te maken en zieke stof gezond.

Met het oog op de alheid en alomtegenwoordigheid van de goddelijke geest, verklaart zij, dat de werkelijke mens, als idee, het beeld en de gelijkenis of de weerspiegeling van de goddelijke Geest, niets hoegenaamd te maken heeft met de stof.

Daarom is hij buiten en boven bereik van disharmonie en ziekte en dus voor altijd veilig.

Zodra de mens inziet, dat hij als Gods beeld en gelijkenis niet een sterveling kan zijn, doch de onzichtbare, ontastbare idee van de goddelijke Geest, zal hij zijn gebeden verhoord en zijn wezenlijke behoefte vervuld zien.

Bidden voor de Scientist: inkeren tot zichzelf, juist denken omtrent de mens en het heelal, een gedurig streven om alle dingen te zien, zoals God ze ziet, en alle dingen te doen zoals God ze ziet, en alle dingen te doen zoals God wil dat ze gedaan zullen worden.

Het bidden is een voortdurend pogen om ons denken in overeenstemming te brengen met onze hoogste opvatting van het goede.

Deze vorm van bidden hangt samen met de opvatting, die men in deze kring omtrent God heeft.

God is niet een persoonlijk God, tot Wie de bidder zich wendt.

God wordt vereenzelvigd met de wereld.

God is de ziel van de mens en van het heelal.

Met het goddelijke principe, dat de Scientist zijn God noemt, is geen gebedsverkeer mogelijk.

Hoe kan een Principe worden aanbeden?

Hoe kan aan dit goddelijk Beginsel iets worden gevraagd?

Een beginsel moet worden toegepast!

Mrs Eddy schrijft: 'Wie plaatst zich voor een schoolbord en smeekt het Principe der wiskunde om het wiskundige vraagstuk voor hem op te lossen?

De wiskunde regel is er immers reeds en onze taak is slechts, met behulp van die regel de oplossing uit te werken.

Moeten wij dan het goddelijke Principe aller goedheid smeken om zijn werk te doen?

Zijn werk is al gedaan...'

Volgens CS is het geloof aan zonde gevolg van verkeerd waarnemen.

De zonde is slechts schijn.

Hoe kan men God dan om vergeving vragen?

Voor God bestaat geen zonde en er is dus niets te vergeven.

Letterlijk staat in de Science literatuur: 'het gebed mag nooit een biechtstoel zijn, waar vergeving van zonden gevraagd wordt... Bidden in de zin van vragen, alsook voorbidding en aanbidding - het behoort alles tot de afgoderij; bidden is eenvoudig: alles uit het bewustzijn dringen, wat niet overeenstemt met het wezen van God'.

De kerngedachte van CS is: de materie bestaat niet.

Voor de stof is geen ruimte, want God, die geest is, is alles in allen.

Alles is dus geest.

Alles is God.

Omdat alles God is, is ook alles goed.

Het kwaad bestaat niet reŽel.

Daarom is er ook alleen leven: de dood is er niet in werkelijkheid.

Ziekte, zonde, dood bestaan niet reŽel, behoren tot het niet-zijnde, zijn het gevolg van verkeerde begrippen.

De genezing geschiedt dus door het komen tot de vaste overtuiging, dat ziekte niet bestaat.

Wanneer de zieke God gaat zien, zoals Hij is, dan doorziet hij tegelijk, dat ziekte iets onwezenlijks is en er geen ongeneeslijke ziekte bestaat.

De redding van de mens bestaat in het verlost worden van de waanvoorstellingen en het zien van de werkelijkheid, in het volstrekt overgeven van de eigen wil aan God.

Allereerst dus: de stof bestaat niet, is sterfelijke dwaling.

Er is niet in werkelijkheid een stoffelijk heelal en een stoffelijke, sterfelijke mens.

Het gehele universum is geestelijk, volmaakt, eeuwig, omdat de oorzaak van alles geest is.

De goddelijke Geest neemt geen bepaalde vorm aan, doch sluit alle gedachte aan begrenzing uit.

Hetgeen de Geest voortbrengt moet geestelijk zijn.

Het stoffelijk lichaam kan dan ook geen juiste weerspiegeling van de oneindige Geest zijn.

Het stoffelijk lichaam is een verkeerde opvatting van het zijn, een stoffelijk en verkeerd van een geestelijke werkelijkheid.

Als dit begrip verandert, zal de waarheid omtrent de mens zichtbaar worden.

In de tweede plaats: het kwaad bestaat niet in werkelijkheid.

Omdat God het oneindig goede is en het werkelijke heelal geestelijk en geheel goed is, heeft het kwade geen wezenlijk bestaan, maar is het onwerkelijk.

Al hetgeen God zendt, is goed.

Hij is altijd liefde en hij kan alleen zegenen.

Het is dan ook een grote dwaling, te menen, dat de mens door lijden moet gevormd en geheiligd worden, dat hij alleen groeien kan door moeilijke ervaringen.

De ware groei geschiedt in overeenstemming met de wet van de eeuwige Geest en met hetgeen het oneindige, onbelemmerde Goede verordineert.

Voorst: ziekte bestaat niet.

Feitelijk is het dwaling om ziek te worden en dood te gaan.

De gezondheid is geestelijk en niet afhankelijk van de bouw van het lichaam.

Wanneer ge u wel eens vermoeid en uitgeput voelt, is dit niet het gevolg van teveel te doen te hebben, maar 'het product van de geloofswijze in een eigen-ik, afgescheiden van God, of het gevolg van hoogmoed, van vrees, van ongeduld of aanmatiging.

God is de enige bron van ware kracht en de aanmatigende geloofswijze in een eigen-ik, afgescheiden van God, maakt moede en moet wel moede maken'.

Ons lijden is alleen te wijten aan een eindige opvatting van het oneindige.

Waarin bestaat voor de Scientist de verlossing van de mens?

Moet de mens door Jezus Christus vergeving van zijn zonden ontvangen?

Neen, want de zonde heeft geen werkelijk bestaan.

Zijn verlossing is hierin gelegen: de mens moet genezen worden van de waan, alsof hij wezenlijk zonde zou hebben en het zich bewust worden dat hij Gods volmaakte beeld en gelijkenis is.

Schuldbelijdenis en berouw over de zonde is dan ook in het geheel niet nodig.

De vernietiging van zonde is de goddelijke wijze van vergeven.

In het algemeen moeten de dwaalbegrippen voor ware ideeŽn wijken.

De waarheid moet door de mens gekend worden.

Hij moet komen tot de rechte beschouwing van het wezen der dingen.

De mens moet uit zijn droom ontwaken en zijn eenheid met gaan God gaan beleven.

Van verzoening geeft CS deze omschrijving: 'de verzoening is de veraanschouwelijking van 's mensen eenheid met God, waardoor de mens goddelijke Waarheid, Leven en Liefde weerspiegelt'.

Als waarheid begrepen wordt, vernietigt ze elke vorm van dwaling, evenals licht duisternis verdrijft en opvoeding onkunde vernietigt.

CS treedt met de pretentie op dat ze het foutieve begrip van het kwade

Op alle punten vernietigt en de werkelijkheid van het goede aan het licht brengt.

Feitelijk is 't dan ook niet zozeer de vraag, wat we doen, maar wat we weten moeten.

Want wanneer we weten, wat waar is, en daar trouw aan zijn, dan zullen we ook het juiste doen.

CS verdrijft alle mysterie wat betreft God en de mens.

God is de alles-vervullende.

Naast Hem is er niets.

De mens, naar Gods beeld geschapen, is dus ook geest, bestaande met en in God, mede-eeuwig met Hem.

Buiten God bestaan er geen zielen of geesten.

Door menselijke onwetendheid wordt God voorgesteld als een schepper van stoffelijke lichamen.

De mens is Gods beeld en weerspiegeling en moet zich bewust worden van zijn eeuwig onlichamelijk bestaan.

Hij is onstoffelijk en heeft noch hersenen, Al wat we van ziekte, leed, ongeluk of beperking schijnen te ervaren, is slechts in ons denken te vinden.

Als iemand iets eet, dat lekker smaakt, is niet het voedsel maar zijn gedachte daarover, die hij geniet.

Mrs. Eddy kon in gewichtige levensmomenten wel eens zeggen: ik heb in het geheel geen lichaam.

Mrs. Eddy heeft steeds gepoogd de beschuldiging van pantheÔsme te weerleggen.

Haar vereenzelviging van God en schepsel kan echter niet anders dan pantheÔsme worden genoemd.

God vervult al het bestaande.

Alles is God.

Het schepsel is een afstraling of weerspiegeling van de Geest.

Uit de Schepper komen door emanatie ideeŽn, die slechts in hem bestaan.

In de plaats van de schriftuurlijke Drie-enige God stelt CS een Godsbegrip, dat ontleend is aan de oude heidense filosofie, vermengd met gnostische en Heligiaanse gedachten.

De ziekte kan op het gebed genezen worden, maar het kan ook Gods bedoeling zijn om de mens door ziekte innerlijk sterker te maken, te reinigen, te heiligen.

De dood bestaat niet in schijn, maar is pijnlijke werkelijkheid, een vreselijke macht, die in haar verschrikking overwonnen is door Jezus Christus.

De CS noemt verzoening: het tot bewustzijn komen van en reeds bestaande eenheid tussen God en de mens.

De CS meent dat de mens zelf de verlossingsweg kan en moet gaan door zich van de dwaalbegrippen te bevrijden en de eigen wil volstrekt aan God over te geven.

Nauw verwant met CS is de beweging New thought.

De heerschappij van de geest over de materie is te bereiken door het juiste inzicht, de juiste gedachte en daarom wordt een beroep wordt een beroep gedaan op het menselijke kunnen en willen, op de in de mens wonende krachten.

Door het wezenlijk een zijn met het Oneindige Wezen of het Oneindige Leven bewust te doorleven komt de mens tot het hoogste weten en kunnen de machten van het Goddelijk leven zich in hem verwerkelijken.

Het komt er op aan een recht gebruik te maken van de in de mens aanwezige krachten en zich daar geheel aan over te geven.

Onze verkeerde gedachten scheiden ons van God en daarom zullen ziekte, zonde en dood overwonnen worden door de verstandelijke werkzaamheid van de geest.

Wanneer de innerlijke krachten tot volle ontwikkeling gebracht worden kan de mens het materiele leven vormen en tot volkomen geestelijk evenwicht, tot ongestoorde rust komen.

Hij draagt de scheppende geest in zich en heeft niet het leven maar is het Leven.