LEVENDE
GEDACHTEN
x
OSHO
x
KRISHNAMURTI
x
MAHARISHI
x
MEHER BABA
x
SAI BABA
x
VIVEKANANDA
x
BHAGAVAD GITA
x
MYSTIEK
x
NIETZSCHE
SPINOZA
FILOSOFIE OVERIGE
x
I TJING  
x
THOMAS EVANGELIE
x
OVERIGE
x
CITATEN
x
TREFWOORDEN & LINKS
x
SITEMAP
x
HOMEPAGE

 

      SAI BABA: BEVRIJDING KOMT NIET UIT DE HEMEL VALLEN  

  JEZUS EN CHRISTUS-BEWUSTZIJN  

De oorspronkelijke naam van Jezus was Isa, wat Sai wordt wanneer je hem herhaalt.

Isa en Sai betekent allebei Ishwara, God, het eeuwige Absolute, de sat-chit-ananda (volmaakt zijn, volmaakt bewustzijn, volkomen gelukzaligheid).

In het Tibetaanse manuscript uit het klooster waar Isa enige jaren doorbracht, is Zijn naam geschreven als Issa, hetgeen 'de Heer van alle levende wezens' betekent.

Sai Baba heeft gezegd, dat Jezus in de periode die niet in de bijbel wordt beschreven, met name door India, Tibet, Perzie en gebieden die wij nu kennen als Rusland heeft gereisd.

Hij kwam in India aan toen Hij ongeveer 16 jaar was.

Zijn moeder, Maria, had huishoudelijke bezittingen verkocht om Hem te helpen bij zijn reis.

Jezus reisde vrijwel zonder geld, had vaak slechts een maaltijd per dag en droeg alleen een lendendoek van het soort dat nu een dhoti wordt genoemd.

Vanaf Zijn zestiende jaar reisde Hij acht jaar lang door India, Tibet, Iran en Rusland.

Hij werd nu eens beschouwd als een bedelaar en dan weer als een sannyasin (iemand die volledig onthecht is).

Jezus bezat geen geld.

Zijn ouders waren erg arm en lieten Hem al op jeugdige leeftijd aan Zijn lot over.

Aanvankelijk noemde Jezus zich een boodschapper van God.

Omstreeks Zijn twintigste jaar kwam Hij tot het besef, dat Hij een deel was van God en noemde Hij zich Gods zoon.

Uiteindelijk verwierf Hij de wijsheid, dat Hij en God een waren.

Dit laatste stadium, het advaita-stadium, bereikte Hij in Zijn vijfentwintigste levensjaar, terwijl Hij in India was.

Jezus bereikte dus moksha (bevrijding) tijdens Zijn leven.

Hij werd een jivanmukta, iemand die zich op geen enkele manier meer met zijn lichaam vereenzelvigt.

Aangezien Hij de taak te vervullen had op aarde, gaf Hij de staat van goddelijke bewustzijn echter weer op om te voorkomen dat Zijn lichaam zou sterven.

Hij daalde af naar het stadium van goddelijke visie, waarin nog een spoortje is van dualiteit.

Hierdoor kon Hij blijven leven om Zijn taak, het verheffen van de mensheid en het uitstralen van liefde, te volbrengen.

Na deze ervaring van eenheid keerde Hij terug naar Isral, waarbij Hij door Tibet, Afghanistan, Iran en Rusland trok.

Van het begin af was Jezus een zuiver, onbaatzuchtig en altijd liefdevol mens.

Belangeloos wijdde Hij iedere handeling aan het welzijn van de wereld. Reeds op jeugdige leeftijd verklaarde Hij;

'Ik ben de boodschapper van God. Ik ben gekomen als een dienaar van al Gods kinderen.'

Later trok Hij zich uit de wereld terug om allen te zijn en zich te verdiepen in de aard van God.

Gedurende twaalf jaar was Hij geheel verzonken in de God binnen zichzelf. De ongekende kracht van Zijn goddelijk bewustzijn bracht Hem nog dichter bij God.

Door de kracht van Zijn goddelijk bewustzijn groeide Jezus dichter, dichter en steeds dichter toe naar God en besefte Hij dat Hij zelf de zoon van God was.

Nog sterker hunkerend naar God ondernam Hij een pelgrimstocht naar een verlaten deel van het Himalaya-gebergte en verzonk zelfs nog dieper en bestendiger in Gods liefde.

Vijf jaar lang ging Hij hiermee door.

In Zijn afzondering in de bergen beoefende Hij een aantal intense geestelijke disciplines.

Hij zag in, dat de allesomvattende liefde van de Vader Zijn eigen fundamentele aard was.

Hij verklaarde: 'Ik en mijn Vader zijn n.'

Het volle bewustzijn van Zijn eenheid met de Almachtige viel Hem ten deel toen Hij in India was.

Na de absolute eenwording met God te hebben verwezenlijkt en beseffend dat Hij en de heilige Geest een waren en niet te scheiden, keerde Hij terug naar de landen in het Westen.

Gedurende zeventien jaar was Hij bijna geheel alleen geweest.

De tijd was aangebroken, dat Hij ging optreden als een voorbeeld voor anderen en hun de manier van leven liet zien die zou leiden tot hun redding.

Hij leerde hun, dat niet alleen Hij een boodschapper was van God.

Wij allen zijn Gods boodschappers, gezonden om een heilig stempel te drukken op de geschiedenis van de mensheid.

Jezus kondigde reeds op jeugdige leeftijd aan, dat Hij was gekomen om het geestelijk pad te verlichten.

Hij noemde zich aanvankelijk een boodschapper van God, een knecht, een dienaar.

Hij zocht God in de uiterlijke wereld.

Hij voelde zich wel met God verbonden, maar Hij kende lichaamsbewustzijn.

Dit is het dvaita-stadium; God en de schepping zijn twee.

Hij hield zich gedurende twaalf jaar bezig met onbaatzuchtige dienstverlening, studie, meditatie en andere geestelijke oefeningen.

In die jaren, waarin Hij veel rondzwierf in eenzame streken, groeide Hij Hem het besef, dat Hij veel meer dan alleen Zijn lichaam was, dat Hij het kind van onsterfelijkheid was, een goddelijke vonk, de zoon van God.

Ofschoon verschillend is er een nauwe verwantschap tussen vader en zoon.

Jezus voelde zich een deel van God.

Dit is het visishtadvaita-stadium; God en de schepping zijn aspecten van hetzelfde.

Vervolgens trok Jezus zich gedurende vijf jaar terug in het Himalaya-gebergte in de Indiase deelstaat Kashmir.

Hij woonde er een deel van deze tijd in kloosters, waar Hij veel vertolkers en beoefenaars van de advaita-filosofie ontmoette.

Aan het einde van deze periode verwerkelijkte Hij de eenheid achter alle verscheidenheid.

Hij verzonk volledig in God.

Dit is het Advaita-stadium: God en de schepping zijn een.

Er is geen verschil en er is nooit een verschil geweest.

Er bestaat niets behalve God.

Over dit stadium in het leven van Jezus spreekt ook het evangelie van Johannes 10:24-38.

Jezus besteedde meer dan zeventien jaar aan gebed, meditatie en dienstbaarheid aan de mensheid voordat Hij de eenheid met God bereikte.

Voor het bereiken van de bevrijding zijn lange jaren van geestelijke discipline en ijver nodig.

Ieder die God zoekt, moet dezelfde stadia als Jezus doorlopen.

Iedereen moet in zijn leven van de toestand van dualisme, waarin men zich gescheiden voelt van God, voortschrijden naar de toestand van speciaal non-dualisme, als Gods vertrouwde kind.

Hierna moet de toestand van eenheid met de hemelse Vader worden bereikt - volledig non-dualisme.

De eerste stap is dus een dienaar van God te worden en de mensheid te dienen.

De tweede stap vindt plaats wanneer je door je dienst aan God geheel in beslag wordt genomen.

Als je het derde stadium bereikt, zijn er geen slagbomen meer tussen jou, God en de mensheid.

Alles is liefde.

Alles is een.

Jezus onderwees eenvoudige praktische lessen in spirituele vooruitgang voor het welzijn van de mensheid.

Hij openbaarde goddelijke krachten om de mensen vertrouwen te laten krijgen in de geldigheid van Zijn leringen.

Hij wees de weg die de mens zoete nectar van anada (gelukzaligheid) kon schenken.

Hij spoorde de mensen door Zijn leringen en Zijn voorbeeld aan om de deugden van liefdadigheid, mededogen, verdraagzaamheid, liefde en geloof aan te kweken.'

Jezus was de belichaming van mededogen en liefde.

Zijn hart smolt van medelijden, wanneer Hij iemand zag lijden.

Zijn hele leven was toegewijd aan dienstverlening.

In het belang van de waarheid gaf Hij zijn eigen leven.

Het volk vereerde Jezus als de Christus, de gezalfde, want zij vonden in Zijn woorden en daden geen spoor van ego.

Niet iedereen steunde echter Zijn opvattingen.

Mensen die aan de tradities vasthielden en zelfzuchtige mensen beschouwden Jezus als een valse profeet en probeerden Zijn missie op alle mogelijke manieren tegen te werken.

De eerstgenoemde beschouwden de rituelen en de voorschriften die door de profeten waren neergelegd in het Oude testament als rechtsgeldig voor alle tijden en op grond daarvan beschouwden zij de leringen van Jezus als verkeerd.

Dit probleem, namelijk dat van de letter en de geest van de geschriften, bestaat in ieder tijdperk.

Bij de letter van de geschriften moeten denken aan regels, rituelen, geboden en verboden die tijdgebonden zijn.

Bij de geest van de geschriften gaat het om de onderliggende waarheid die voor alle tijden geldt.

Vaak gaat men na verloop van tijd de regels en rituelen als geldig voor alle tijden zien en verliest men de onderliggende waarheid uit het oog.

Naast deze groep mensen was er nog een tweede groep die Jezus leringen - maar dan uit eigenbelang - afwees.

Bepaalde schriftgeleerden en priesters voelden zich door Jezus bedreigd.

Zij benijdden de aantrekkingskracht die Hij had op gewone mensen.

De priesters en schriftgeleerden voelden hoe hun greep op het volk verslapte.

Zij wisten, dat de dag zou komen, dat hun rijkdom, bezittingen en machtige positie alle zouden verdwijnen.

Zij besloten zich van Jezus te ontdoen voordat Zij leringen zich verder zouden verspreiden.

De priesters gingen samenzweren en intrigeren.

Zij maakten slechte plannen en raakten bezeten door snode gedachten.