LEVENDE
GEDACHTEN
x
OSHO
x
KRISHNAMURTI
x
MAHARISHI
x
MEHER BABA
x
SAI BABA
x
VIVEKANANDA
x
BHAGAVAD GITA
x
MYSTIEK
x
NIETZSCHE
SPINOZA
FILOSOFIE OVERIGE
x
I TJING  
x
THOMAS EVANGELIE
x
OVERIGE
x
CITATEN
x
TREFWOORDEN & LINKS
x
SITEMAP
x
HOMEPAGE

 

      SAI BABA: OVER DE BHAGAVAD GITA 

  KRISHNA IS HET WARE ZELF, ARJUNA IS HET VALSE ZELF  

Voor de oorlog die in de Mahabharata wordt beschreven, had Arjuna reeds deelgenomen aan een aantal veldslagen, maar nooit tevoren was hij geplaagd door verdriet of gehechtheid.

Nu diezelfde Arjuna besefte dat de tegenstanders die hij moest bevechten zijn eigen grootvader, zijn verwanten en zijn leraar waren, werd hij met zorg vervuld.

Het gevoel van verbondenheid maakte hem neerslachtig.

Hij verloor zijn bezinning omdat gevoelens van 'ik' en 'mijn' zich van hem meester hadden gemaakt.

Naarmate dit denkbeeld sterker werd, nam ook het verdriet toe dat daarvan het gevolg was.

Voordien, toen Krishna op zijn vredesmissie naar het hof van de Kaurava's was gegaan, wilde Arjuna wel onmiddellijk vechten.

Hij trachtte zelfs Krishna ervan te overtuigen dat de missie zou mislukken, dat de missie toch vergeefs zou blijken te zijn.

Bij die gelegenheid zei Arjuna tot Krishna: 'Krishna, deze strijd om wat rechtvaardig is, kan niet worden beslecht met vreedzame middelen.

De Kaurava's zullen nooit akkoord gaan met de voorstellen die U op deze missie gaat doen.

Hun haat en hun hebzucht zijn onverzadigbaar.

Waarom zou U tijd en moeite aan hen verspillen?

De Pandava's en de Kaurava's zijn in alle opzichten elkaars tegenpolen.

Hoe kunnen zij ooit samengaan?

Misschien in de hemel of in de hel, maar nooit hier op aarde.

Uw missie is gedoemd te mislukken.'

Op dat moment was Aruba vol moed en beslistheid omdat zijn grootvader, zijn familieleden, zijn leraar en vele van zijn vrienden nog niet tegenover hadden zien staan.

Voordat Arjuna's visie zich aan de vooravond van de oorlog had geopenbaard, leek het alsof hij een zeer brede kijk op de dingen had.

Nu hij midden op het slagveld stond om een oorlog uit te vechten tot behoud van de rechtschapenheid, een strijd waarop hij zich zo lang had voorbereid, raakte zijn blik versluierd.

Hij werd zwaarmoedig en verward.

Toen hij zijn naaste familieleden en sommige van zijn vrienden in slagorde tegenover zich zag staan, gereed om hem te bevechten, duizelde het hem.

Hij zei: 'Krishna, ik wil niet strijden.'

Maar als je reeds midden op het slagveld staat en de oorlog zal dadelijk beginnen, is dat dan wel het juiste moment om je tegenstander als verwanten te beschouwen?

Toen Krishna Arjuna's woorden hoorde, werd hij heel boos.

Hij sprak tot Arjuna: 'dat is lafheid. Het past je niet.

Een onbevreesd man als jij, die zich altijd trots en met hooggeheven hoofd heeft gedragen als een held, lijkt nu wel gebukt te gaan onder angst.

Iemand met zoveel schroom kan geen discipel zijn van Yogeshwara, de Heer van yoga.

Ik schaam Mij om je als Mijn discipel te aanvaarden.

De strijd gaat dadelijk beginnen.

De afgelopen drie maanden zijn besteed aan de laatste oorlogsvoorbereidingen en de strategische plannen zijn nu gereed.

Als je deze aarzeling in het begin had laten blijken zou ik de taak om je strijdwagen te sturen zeker niet op Mij hebben genomen.

Nadat je eerst vrienden en verwanten hebt overtuigd dat je staat voor een rechtvaardige zaak, ze dan hebt overgehaald om jouw zijde te kiezen, begin je in dit late stadium te aarzelen.

Nu dat zij allen hier bijeengekomen zijn leg je de wapens neer en geef je als een eerloze de strijd op.

Is dat de handelswijze van een held?

Je verloochent daarmee de ware aard van je koninklijke afkomst volgens welke het je dure plicht is om eer en gerechtigheid te beschermen.

Als je je blijft gedragen als een bedeesde, bange slappeling, zal de komende generatie je om je lafheid bespotten.

Je draagt de naam Arjuna, maar je doet die naam geen eer aan!'

Wat betekent Arjuna?

'Arjuna' wil zeggen: heiligheid en zuiverheid.

Wanneer een edel mens als Arjuna zijn wapens aflegt en besluit om niet te vechten in een strijd waarbij de rechtschapenheid zelf op het spel staat, dan is dat slechts te wijten aan zijn onwetendheid.

Narayana, de Heer, die zich volledig bewust was van de aard van deze kwaal, besloot hieraan definitief een einde te maken.

Krishna had bij de aanvang van de Gita reeds de yoga van de devotie kunnen onderwijzen of de yoga van de plicht en het onzelfzuchtig handelen.

Krishna verkoos dat echter niet te doen.

Hij begon zelfs pas te spreken in het tweede hoofdstuk.

Het eerste hoofdstuk is geheel gewijd aan Arjuna's gehuil en geweeklaag.

Krishna greep in het geheel niet in.

In het tweede hoofdstuk begint Hij Arjuna te onderwijzen vanaf het elfde vers.

Tot op dat ogenblik had Krishna met groot geduld aangehoord.

Toen vroeg hij: 'Arjuna, ben je klaar? Is het gewauwel nu afgelopen?'

Zoals studenten na hun schriftelijk examen volkomen leeg, was ook Arjuna leeg nadat hij al zijn zorgen had uitgesproken.

Toen sprak Krishna: 'die afschuwelijke karakterfout, de besluiteloosheid, heeft in je postgevat.

Ik weet hoe deze moet worden behandeld.

Ik zal je genezen!

De oorzaak van deze al te grote gehechtheid is je onkunde.

Deze onwetendheid is de oorzaak van je geestelijke zwakte.'

Toen begon Krishna Arjuna te onderwijzen in sankhya yoga.

Deze leert ons onderscheid te maken tussen het Atma en het anatma, tussen het ware Zelf en het valse Zelf, tussen wat bezield is en wat zielloos is, tussen wat eeuwig en blijvend is en wat vergankelijk.

Als iemand overweldigd wordt door zieleangst en leeft in onwetendheid, wat moeten we dan doen om hem te bevrijden uit zijn begoocheling?

Als er een patiŽnt in gevaar is, moet een dokter allereerst zorgen dat de patiŽnt buiten gevaar komt.

Daarna kan de dokter verschillende behandelingsmethoden toepassen.

Stel dat de patiŽnt in onmiddellijk levensgevaar verkeert; dan zal elke behandeling die op de patiŽnt wordt toegepast nutteloos blijken, tenzij hij eerst uit die noodsituatie is verlost.

Is hij eenmaal buiten gevaar, dan kunnen er vervolgens vele geneesmethoden worden aangewend.

Als er bijvoorbeeld iemand in een rivier dreigt te verdrinken, moet je hem eerst uit het water halen, op de oever leggen en kunstmatige ademhaling toedienen.

Daarna kun je beginnen met andere vormen van behandeling, zoals het op gang brengen van de bloedcirculatie en hem helpen over de schok heen te komen.

Je zou daaraan zeker niet beginnen als hij nog in het water lag en op het punt stond te verdrinken.

Daarom gaf Krishna aan Arjuna een stevige injectie met moed om te verhinderen dat hij verdronk in smart en neerslachtigheid.

Deze snelle eerste hulpverlening was bedoeld om Arjuna het onderscheid te leren tussen het Zelf en het niet-Zelf.

Hij zei: 'Arjuna, zolang je je laat overweldigen door angst en ongerustheid, zul je niets kunnen bereiken. Wees moedig!

Weet dat jij het Atma bent en niet dit lichaam; dan word je onbevreesd.

Ik kan je helpen grote dingen tot stand te brengen, maar alleen dan wanneer je je daden baseert op de ware kennis en onbevreesd blijft.'

Hier aangekomen glimlachte Krishna, maar Arjuna huilde.

Narayana, de Heer, is degene die altijd glimlacht.

Hij die altijd huilt is nara, de mens.

Krishna is Atma, Arjuna is anatma.

Krishna is het ware Zelf, Arjuna is het valse Zelf.

De eerste is de belichaming van wijsheid, de tweede is vervuld van onwetendheid.

Krishna zei: 'Ik wil graag enige zaken die heel belangrijk zijn nader uitleggen.

Op dit moment gedragen wij ons elk op verschillende wijze.

Ik glimlach, terwijl jij huilt.

Maar we zouden beiden hetzelfde kunnen doen: ik ga doen zoals jij, of jij gaat doen zoals Ik.

Als Ik ging doen zoals jij, dan zou Ik zwak van karakter worden.

Dat is echter onmogelijk.

Een dergelijke zwakheid kan nooit in Mij varen.

Als jij daarentegen zou worden zoals Ik, dan zou je Mij moeten volgen en moeten doen wat Ik zeg.'

Daarop antwoordde Arjuna: 'Swami, ik zal precies doen wat U zegt.

Ik zal Uw bevelen onvoorwaardelijk opvolgen!'

Doordat Hij Arjuna voldoende aanmoediging en doelgerichtheid schonk, stelde Krishna hem in staat om zijn vastberadenheid te herkrijgen.

Vanaf dat ogenblik besloot Arjuna tot het gevecht en volgde de aanwijzingen van de Heer.

De eerste feiten die in sankhya - yoga worden uiteengezet zijn bepaalde waarheden die betrekking hebben op het lichaam en de geest.

Krishna sprak: 'Arjuna, jij denkt dat deze mensen je verwanten zijn en je vrienden.

Maar wat betekent een familielid of een vriend?

Duidt het op het lichaam of op de inwoner?

Lichamen zijn als luchtbellen in het water. Zij komen en gaan.

De familieleden waaraan jij zo gehecht bent, hebben in talrijke levens eerder bestaan.

Jijzelf hebt ook reeds talloze geboorten achter je en Ik eveneens.

Het lichaam, de gedachten en het intellect zijn slechts instrumenten. Zij zijn als de kleren die je draagt: levenloze dingen die je nu en dan verwisselt.

Waarom zou je daarmee een nauwe relatie laten ontstaan, er al te sterk aan gehecht raken en zo jezelf onnodig veel verdriet en smart bezorgen?

Doe je plicht.

Je zult als prins alle eerbewijzen ontvangen die je toekomen, maar op het slagveld is geen plaats voor gevoelens van besluiteloosheid en lafheid.

Het is ongerijmd te vechten voor het behoud van dharma en tegelijk de zwakheid te tonen die in je is gevaren.

Zo'n bange houding op het slagveld past een grote held niet.

Je komt op voor een goede zaak en je bent hier om te vechten.

Ga dan vechten!

Met woorden als deze werd Arjuna door Krishna genezen van zijn wanhoop en putte hij weer kracht en moed.