DE LEVENDE GEDACHTEN VAN
VIVEKANANDA
NEEM HET ZELF WEG EN DE WERELD VERDWIJNT
Het gehele ethische grondbeginsel van de Vedanta berust hierop, dat het niet afhankelijk is van iets onkenbaars en niets onderricht, dat niet gekend kan worden, of om in de taal van de Oepanishads te spreken: 'de God die wij aanbidden als de onbekende God, deze is het die ik u verkondig'.
Het is door het zelf, dat ge iets kunt kennen.
Ik zie deze stoel, maar om de stoel te zien, moet ik eerst mijzelf waarnemen en dan de stoel.
In en door dit 'zelf' wordt de stoel waarneembaar.
In en door dit 'zelf' ben ik in staat u en de hele overige wereld te kennen en daarom is het volkomen onzin te beweren, dat het zelf onbekend is.
Neem het zelf weg en de wereld verdwijnt.
In en door het 'zelf' ontstaat alle kennis. Daarom is er niets, dat zo zeer kenbaar is als dit, want gijzelf zijt het - dat wat ge 'ik' noemt.
Ge zult er u misschien over verwonderen, hoe dit 'ik' van mij, ook uw 'Ik' kan zijn.
En ge zult niet begrijpen, hoe dit begrensde 'ik'
tezelfdertijd het onbegrensde oneindige kan zijn.
En toch is het zo, want deze begrenzing is een waan.
Het oneindige ligt als het ware versluierd, en slechts een klein deel er van openbaart zich als 'ik'.
Het onbegrensde kan nooit begrensd zijn; dat is een fictie.
Daarom kent ieder van ons, man, vrouw of kind, en zelfs de dieren, dit Zelf.
Als we hem niet kenden, zouden we noch kunnen leven, noch kunnen bewegen, noch zelf bestaan kunnen hebben; zonder God te kennen, kunnen wij geen seconde ademen of leven.
De God der Vedanta is een door allen gekende God, die geen product is der menselijke verbeelding.
Als dit niet het verkondigen is van een werkelijke en praktische ervaarbare God, hoe zult ge dan ooit een werkelijk God kunnen prediken?
Welke God is werkelijker dan Hij die ik voor mij zie, de alomtegenwoordige Almachtige God, de Ziel van uw aller ziel?
En als ik zeg, dat niet gij dat zijt, dan vertel ik een leugen.
Hij alleen is de eenheid, de vereniging van al het Zijnde en de werkelijkheid van alle leven en bestaan.
Deze tekst is een filosofische beschouwing vanuit de Vedanta-traditie, waarin Vivekananda het concept van het ‘Zelf’ centraal stelt. Hier zijn de kernpunten:
Alles wat we waarnemen – van een stoel tot de wereld – is alleen kenbaar via het Zelf.
Zonder het Zelf is er geen waarneming, geen kennis, geen bestaan: “Neem het zelf weg en de wereld verdwijnt.”
In tegenstelling tot wat sommigen beweren, is het Zelf niet mysterieus of onkenbaar.
Iedereen – mens of dier – kent het Zelf intuïtief, want het is de kern van ons bestaan.
De God van de Vedanta is geen abstract idee, maar een ervaarbare, alomtegenwoordige werkelijkheid.
Deze God is de “Ziel van uw aller ziel” – geen product van verbeelding, maar een directe ervaring.
Het idee dat het Zelf begrensd is, is een waan. In werkelijkheid is het Zelf oneindig.
Het individuele ‘ik’ is slechts een sluier over het oneindige Zelf.
Deze tekst nodigt uit tot introspectie en stelt dat ware kennis en spiritueel inzicht voortkomen uit het herkennen van het Zelf als de bron van alles. Het is een krachtige boodschap over eenheid, bewustzijn en de illusie van afscheiding.
![]()