LEVENDE
GEDACHTEN
x
OSHO
x
KRISHNAMURTI
x
MAHARISHI
x
MEHER BABA
x
SAI BABA
x
VIVEKANANDA
x
BHAGAVAD GITA
x
MYSTIEK
x
NIETZSCHE
SPINOZA
FILOSOFIE OVERIGE
x
I TJING  
x
THOMAS EVANGELIE
x
OVERIGE
x
CITATEN
x
TREFWOORDEN & LINKS
x
SITEMAP
x
HOMEPAGE

 

      KRISHNAMURTI: LAAT HET VERLEDEN LOS     

  ANGST = DE GANG VAN HET BEKENDE NAAR HET ONBEKENDE  

Angst is een van de grootste levensproblemen.

Een geest die gevangen is in angst leeft in verwarring, in conflict en moet daarom gewelddadig zijn, verwrongen en agressief.

Hij durft zijn eigen denk-patronen niet los te laten en dat kweekt huichelarij.

Al beklimmen we de hoogste bergen en vinden we allerlei soorten goden uit, totdat we vrij zijn van angst zullen we steeds in het duister blijven.

Levend in een corrupte, stompzinnige maatschappij als de onze, opgevoed in wedijver die de angst in het leven roept, worden we allen belast met diverse soorten van angst en angst is iets afschuwelijks, dat verdraait, bedriegt en onze dagen somber maakt.

Er bestaat een lichamelijke angst, maar dat is een reactie die wij geŽrfd hebben van de dieren.

Het zijn psychologische angsten waar we ons nu mee bezighouden, want als we de diep-gewortelde psychologische angsten begrijpen, zullen we in staat zijn het hoofd te bieden aan de dierlijke angsten, terwijl als wij ons eerst bezighouden met de dierlijke angsten, dit ons nooit zal helpen de psychologische te begrijpen.

We zijn allen bang voor iets; er bestaat geen angst in abstracto.

Ze bestaat altijd met betrekking tot iets.

Kent u uw eigen angsten - angst om uw betrekking te verliezen, angst voor te weinig voedsel of geld, of voor wat uw buren of de buitenwereld over u denken, angst om geen succes te zijn, om uw positie in de maatschappij te verliezen, om veracht of bespottelijk gemaakt te worden - angst voor pijn en ziekte, voor overheersing, om nooit te zullen weten wat liefde is of nooit liefgehad te worden, om je vrouw of kinderen te verliezen, voor de dood, om te moeten leven in een wereld die gelijk de dood is, voor de uiterste verveling, om niet te kunnen beantwoorden aan het beeld, dat je van jezelf gemaakt hebt, om je geloof te verliezen - al deze en onnoemelijk veel andere angsten?

En wat doet u er meestal mee?

U vlucht ervoor, nietwaar, of u vindt ideeŽn en beelden uit om ze te bedekken.

Maar vluchten voor angst betekent haar alleen haar vergroten.

Een van de hoofdoorzaken van angst is dat we onszelf niet willen zien zoals we zijn.

Dus moeten we, evenals de angsten zelf, ook het netwerk van ontsnappingen onderzoeken, dat we ontwikkeld hebben om aan de angst te ontkomen.

Indien de geest, de hersens inbegrepen, de angst probeert te overwinnen, te onderdrukken, in bedwang houden, te beheersen om te zetten in termen van iets anders, ontstaat er wrijving, conflict is verspilleng van energie.

Het eerste wat wij onszelf dan moeten afvragen is: wat is angst en hoe ontstaat ze?

Wat bedoelen we met het woord angst zelf?

Ik vraag mijzelf af, wat angst is, niet waar ik angst voor heb.

Ik leid een bepaald soort leven; ik denk volgens een bepaald patroon; ik geloof in bepaalde dingen en dogma's en ik wil niet dat deze bestaanpatronen verstoord worden, want ik heb er mijn wortels in.

Ik wil ze niet verstoord hebben, omdat deze storing een staat van niet-weten teweegbrengt en daar heb ik een afkeer van.

Als ik weggerukt word van al datgene wat ik weet en geloof, wil ik er redelijk zeker van zijn naar welke staat van dingen ik toe ga.

De hersencellen hebben dus een patroon geschapen en deze cellen weigeren een ander patroon te vormen waar ze niet zeker van zijn.

De gang van zekerheid naar onzekerheid noem ik angst.

Op dit speciale moment, zoals ik hier zit, ben ik niet bang; ik ben op dit moment niet bang, er gebeurt niets met me, niemand bedreigt me of wil me iets afnemen.

Maar achter dit huidige moment is een diepere laag in de geest die er bewust of onbewust over denkt, wat er zou kunnen gebeuren in de toekomst, of zich bezorgd er over maakt dat iets uit het verleden mij zal achterhalen.

Ik ben dus bang voor het verleden en voor de toekomst.

Ik heb de tijd verdeeld in verleden en toekomst.

Het denken bemoeit zich ermee en zegt: wees voorzichtig dat het niet nog eens gebeurt, of: wees voorbereid op de toekomst.

De toekomst kan gevaarlijk voor je zijn. Je hebt nu iets, maar je zou het kunnen verliezen.

Misschien sterf je morgen, je vrouw gaat er vandoor, je kunt je betrekking verliezen.

Misschien word je nooit beroemd.

Misschien zul je eenzaam zijn.

Je moet heel zeker zijn van morgen.

Neem nu eens uw eigen speciale vorm van angst.

Kijk ernaar.

Sla je reacties erop gade.

Kun je ernaar kijken zonder enige poging tot ontvluchten, tot rechtvaardigen, tot veroordelen of tot onderdrukken?

Kun je naar angst kijken zonder het woord dat de angst veroorzaakt?

Kun je bijvoorbeeld naar de dood kijken zonder het woord dat de angst voor de dood opwekt?

Het woord zelf brengt een trilling, nietwaar, zoals het woord liefde een eigen trilling, een eigen beeld oproept.

Is het nu dat beeld dat er in uw geest bestaat van de dood, de herinnering aan zovele sterfgevallen die u heeft meegemaakt en de associatie van jezelf met deze voorvallen - is het dat beeld dat die angst veroorzaakt?

Of is u echt bang aan uw einde te komen, niet voor het beeld dat dit einde schept?

Bezorgt het woord dood u angst, of het werkelijke einde?

Indien het dat woord of de herinnering is, die de angst bij u veroorzaakt, dan is het helemaal geen angst.

Laten we nu veronderstellen dat u twee jaar geleden ziek was en dat de herinnering aan die pijn, die ziekte, blijft, en dat de nu werkzame herinnering zegt voorzichtig, wordt niet opnieuw ziek.

Het zijn dus de herinneringen en haar associaties die de angst opwekken, maar dat is helemaal geen angst, omdat u op dit moment werkelijk gezond is.

Het denken, dat altijd oud is, omdat het denken het antwoord is op de herinnering en herinneringen altijd oud zijn - het denken schept in de tijd het gevoel dat je bang bent, wat in feite niet zo is.

Het feit is dat je gezond bent.

Maar de ervaring, die in je geest is achtergebleven als herinnering, wekt de gedachte 'Wees voorzichtig, word niet opnieuw ziek'.

We zien dus dat het denken een soort angst voortbrengt.

Bestaat er echter, los daarvan, angst?

Is angst altijd het resultaat van het denken en als dat zo is, bestaat er dan nog een andere vorm van angst?

We zijn bang voor de dood - dat is iets dat morgen of overmorgen, na verloop van tijd, gaat gebeuren.

Er is een afstand tussen het heden en wat er gaat gebeuren.

Het denken nu heeft deze toestand ervaren; doordat het de dood heeft gadegeslagen zegt het: 'ik zal sterven'.

Het denken wekt de angst voor de dood en als het dit niet doet, bestaat er dan eigenlijk wel angst?

Is angst het gevolg van denken?

Zo ja, dan is de angst, evenals het denken, ook altijd oud.

We zeiden het reeds: er bestaat geen nieuw denken.

Als we het herkennen is het oud.

Waar we dus bang voor zijn, is de herhaling van het oude - voor wat het denken over wat geweest is in de toekomst projecteert.

Daarom is het denken verantwoordelijk voor angst.

Je kunt zelf zien dat dit zo is.

Wanneer je ergens onmiddellijk mee geconfronteerd wordt, is er geen angst.

Alleen wanneer het denken zich ermee gaat bemoeien, is er angst.

Onze vraag is daarom nu of het de geest mogelijk is om geheel, volledig, in het heden te leven.

Alleen zulk een geest kent geen vrees.

Om dit te verstaan, dient u echter de samenstelling van het denken, de herinnering en de tijd te begrijpen.

Als u dit begrijpt, niet verstandelijk, niet letterlijk, maar in werkelijkheid met je hart, je geest, met al wat in je is, dan zult u vrij zijn van angst.

Het denken is, evenals het geheugen, natuurlijk onmisbaar in het dagelijks leven.

Het is het enige instrument dat wij bezitten voor communicatie, bij onze beroepsbezigheden, enz.

Het denken is het antwoord op de herinnering; de herinnering verzamelt door ervaring, kennis, traditie, tijd.

Vanuit de achtergrond der herinnering reageren wij en dit reageren is denken.

Het denken is dus essentieel op bepaalde niveaus, maar als het zich op het psychologische vlak projecteert als toekomst en verleden, angst zowel als genoegen opwekt, dan wordt de geest dof gemaakt en is stilstand onvermijdelijk.

Dus vraag ik mijzelf met klem af: 'waarom, waarom, waarom toch denk ik aan de toekomst en het verleden in termen van genoegen en pijn, wetend dat zulke gedachten angst verwekken.

Is het, psychologisch gesproken, niet mogelijk het denken te beŽindigen, omdat anders de angst nooit zal ophouden?

Een van de functies van het denken is voortdurend met iets bezig zijn.

De meesten van ons willen onze geest ook aan een stuk bezig zien, opdat dit zal verhinderen, dat we onszelf zien, zoals we inderdaad zijn.

We zijn bang voor de leegte.

Wij zijn bang onze angsten onder de ogen te zien.

Je kunt je angsten bewust gewaarzijn, maar ben je ze gewaar in de diepere lagen van je geest?

Moet de angst verdeeld worden in bewuste en onbewuste angst?

Dat is een zeer belangrijke vraag.

De specialist, de psycholoog, de psychiater hebben de angst verdeeld in diepliggende en aan de oppervlakte liggende lagen, maar als u volgt wat de psycholoog zegt, of wat ik zeg, begrijpt u wel onze theorieŽn, onze dagma's, onze kennis, maar niet jezelf.

U kunt u zelf niet begrijpen op grond van een uitleg, die Freud of Jung of ik u geven.

Aan jezelf moet je de vraag stellen of angst verdeeld moet worden in een bewuste of onderbewuste.

Of bestaat er slechts angst die je in verschillende vormen vertaalt?

Er is slechts een verlangen; er is alleen verlangen.

Je verlangt.

De voorwerpen van het verlangen veranderen, maar het verlangen is altijd gelijk.

Misschien bestaat er dus - op dezelfde wijze - alleen angst.

Je bent bang voor allerlei dingen, maar er is slechts een angst.

Als u zich realiseert dat angst niet verdeeld kan worden, zult u inzien dat u dit probleem van het onderbewuste geheel weggewerkt hebt en zo de psychologen en psychiaters hebt beetgenomen.

Als u begrijpt dat angst een afzonderlijke beweging is die op verschillende wijzen tot uitdrukking komt en wanneer u de beweging ziet en niet het voorwerp waar de beweging op gericht is, dan ziet u een immense vraag onder de ogen; hoe kunt u ernaar kijken zonder de verbrokkelheid die de geest heeft aangekweekt?

Er is alleen maar totale angst, maar hoe kan de geest, die in fragmenten denkt, dit totale beeld waarnemen?

Kan hij dat?

We hebben een leven van verbrokkeling geleefd en kunnen slechts naar die totale angst kijken door middel van het fragmentarisch denk-proces.

De gehele gang van de denk-machine is erop gericht alles in kleine stukjes te verdelen; ik hou van je en ik haat je, je bent mijn vijand, je bent mijn vriend; mijn betrekking, mijn positie, mijn prestige, mijn vrouw, mijn kind, mijn land en jouw land, mijn God en jouw God - dat alles is de verbrokkelheid van het denken.

En dit denken kijkt naar de totale toestand van angst, of tracht dit althans en herleidt haar tot fragmenten.

Daarom zien we dat de geest alleen naar die totale angst kan kijken, wanneer er geen beweging is in het denken.

Kunt u de angst gadeslaan zonder enige gevolgtrekking, zonder enige inmenging van de kennis die u erover vergaard heeft?

Zo niet, dan is datgene wat u gadeslaat het verleden, niet de angst; zo ja, dan slaat u de angst voor het eerst gade zonder inmenging van het verleden.

U kunt slechts gadeslaan als de geest zeer rustig is, precies zoals u alleen kunt luisteren naar datgene wat iemand zegt, als uw geest niet met zichzelf aan het kwetteren is, niet met zichzelf een dialoog houdt over eigen problemen en verlangens.

Kunt u op deze zelfde manier naar uw angst kijken zonder te trachten die op te lossen, zonder het tegengestelde, moed, in het geding te brengen - dus werkelijk ernaar te kijken zonder te trachten eraan te ontvluchten?

Als u zegt: 'ik moet het in bedwang hebben, ik moet hem kwijt zien te raken, ik moet hem begrijpen', dan tracht u eraan te ontsnappen.

Je kunt een wolk of een boom of de beweging van een rivier met een vrij rustig gemoed gadeslaan, omdat ze niet zo belangrijk voor je zijn, maar jezelf bekijken is veel moeilijker, omdat daarbij de eisen zo praktisch zijn, de reacties zo snel.

Als je dus direct in contact bent met angst of wanhoop, eenzaamheid of jaloezie of een andere lelijke geestestoestand, kunt u die dan zo volledig bekijken dat uw geest rustig genoeg is hem te zien?

Kan de geest de angst waarnemen en niet de verschillende vormen ervan - dus de totale angst - niet dat waar u bang voor bent?

Als je alleen maar naar de onderdelen van de angst kijkt of tracht uw angsten een voor een aan te pakken, dan zult u nooit tot de kern van de zaak komen, d.i. met de angst leren leven.

Samenleven met een levend iets zoals angst vereist een buitengewoon subtiel verstand en hart, die geen conclusies trekken en dus elke beweging van de angst kunnen volgen.

Dan, als je hem gadeslaat en ermee leeft - en dat behoeft geen hele dag te nemen, het behoeft niet meer dan een minuut of een seconde te duren om de ganse aard van de angst te leren kennen - als je er dus zo volledig mee leeft, zul je onvermijdelijk vragen: 'wie is het wezen dat met de angst leeft.

Wie is het die de angst gadeslaat, let op alle bewegingen van de verschillende vormen van angst en bovendien het centrale feit van angst gewaar is?

Is die toeschouwer een dode entiteit, een statisch wezen, dat een massa kennis en gegevens heeft vergaard over zichzelf en is het dat dode iets dat de beweging van de angst gadeslaat er ermee leeft?

Is de toeschouwer het verleden of is hij een levend iets?

Wat is uw antwoord?

Antwoord niet mij, maar uzelf.

Is u, de toeschouwer, een dode entiteit die een levend ding gadeslaat?

Want in de toeschouwer bestaan beide toestanden.

De toeschouwer is de censor die geen angst wil; de toeschouwer is het geheel van al zijn ervaringen met angst.

De toeschouwer staat dus los van datgene, wat hij angst noemt; er is ruimte tussen hen; hij is altijd weer aan het proberen hem te overwinnen of te ontvluchten, vandaar deze eeuwigdurende strijd tussen hem en de angst - de strijd, die zo'n verspilling van energie is.

Als je erop let, kom je er achter, dat de toeschouwer niet meer dan een bundel denkbeelden en herinneringen zonder enige waarde of inhoud is, maar dat angst een werkelijkheid is en dat je probeert een feit te begrijpen met een abstractie, wat natuurlijk niet mogelijk is.

Maar verschilt de toeschouwer, die zegt: 'ik ben beng', in feite zoveel van datgene wat gadegeslagen wordt nl. de angst?

De toeschouwer is die angst en wanneer men zich dat realiseert, is er verder geen verspilling van energie meer in de poging om de angst kwijt te raken; de tijd-ruimte-afstand tussen de waarnemer en het waargenomene verdwijnt.

Als je ziet, dat je een deel van de angst bent, en er niet los van staat - dat jezelf de angst bent - dan kun je er niets aan doen; dan neemt de angst volledig een einde.