LEVENDE
GEDACHTEN
x
OSHO
x
KRISHNAMURTI
x
MAHARISHI
x
MEHER BABA
x
SAI BABA
x
VIVEKANANDA
x
BHAGAVAD GITA
x
MYSTIEK
x
NIETZSCHE
SPINOZA
FILOSOFIE OVERIGE
x
I TJING  
x
THOMAS EVANGELIE
x
OVERIGE
x
CITATEN
x
TREFWOORDEN & LINKS
x
SITEMAP
x
HOMEPAGE

 

      KRISHNAMURTI: VRIJHEID EN MEDITATIE 

  HERINNERING SCHEPT GISTEREN, VANDAAG EN MORGEN  

Waarom hechten we zoveel aan herinnering?

Ik weet niet of ge hebt opgemerkt, dat men, wanneer men ouder wordt, terugblikt in het verleden, met zijn vreugden, zij genoegens; indien men jong is, kijkt men naar de toekomst.

Waarom doen we dit?

Waarom is herinnering zo belangrijk geworden?

Om de eenvoudige en vanzelfsprekende reden, dat we niet weten, hoe we volkomen, volledig in het heden moeten leven.

Wij gebruiken het heden als middel om de toekomst te bereiden en daarom heeft het heden geen betekenis voor ons.

Wij kunnen niet in het heden leven, omdat wij het heden als doorgang naar de toekomst gebruiken.

Omdat ik iets wil worden, is er nooit een volledig begrijpen van mijzelf, en om mijzelf te begrijpen, dat, wat ik nu precies ben, heb ik geen ontwikkeling van mijn herinnering nodig.

Integendeel, herinnering is een belemmering voor het begrijpen van wat is.

Ik weet niet, of ge hebt opgemerkt, dat een nieuwe gedachte, een nieuw gevoel, slechts dan ontstaat wanneer de geest niet gevangen zit in het net van herinnering.

Wanneer er een interval tussen twee gedachten is, tussen twee herinneringen, en wanneer dat interval vastgehouden kan worden, dan ontstaat daaruit een nieuwe toestand van 'zijn', welke niet langer herinnering als middel tot voortbestaan.

Het 'mij', en het 'mijne' worden zeer belangrijk, zolang het cultiveren van de herinnering bestaat, en aangezien de meesten onzer zijn samengesteld uit het 'mij' en het 'mijne', speelt herinnering een zeer belangrijke rol in ons leven.

Indien gij geen herinnering had, zouden uw bezit, uw gezin, uw ideeŽn als zodanig niet belangrijk zijn; dus cultiveert ge herinnering door het versterken van het 'mij' en het 'mijne'.

Indien gij goed waarneemt, zult ge zien, dat er een interval bestaat tussen twee gedachten, tussen twee emoties.

In dit interval, dat geen product is van herinneren, ligt een buitengewone bevrijding van het 'mij' en het 'mijne' en dat interval is tijdloos.

Laat ons het probleem een op andere wijze bekijken.

Herinnering is immers tijd.

Herinnering schept gisteren, vandaag en morgen.

Herinnering van gisteren bepaalt vandaag en vormt daarom morgen.

D.w.z. het verleden schept de toekomst door het heden.

Er heeft een tijdsproces plaats, hetgeen de wil is om te worden.

Herinnering is tijd en door tijd hopen we een resultaat te bereiken.

Vandaag ben ik klerk en, indien ik tijd en gelegenheid krijg, zal ik directeur of eigenaar worden.

Daarom moet ik tijd hebben en wij zeggen met dezelfde mentaliteit: 'ik zal het werkelijke bereiken, ik zal God naderen'.

Daarom moet ik tijd hebben om te realiseren, hetgeen betekent, dat ik herinnering moet aankweken, dat ik mijn geheugen door oefening, door discipline moet versterken om iets te worden, te bereiken, te verdienen, hetgeen wil zeggen: voortbestaan in tijd.

Door tijd hopen we het tijdloze te bereiken, door tijd hopen we het eeuwige te winnen.

Kunt ge dat doen?

Kunt ge het eeuwige vangen in het net van de tijd, door herinnering, welke tot de tijd behoort?

Slechts wanneer herinnering, welke het 'mij' en het 'mijne' is, ophoudt, kan het tijdloze bestaan.

Indien ge daar de waarheid van inziet - dan kunnen wij verder ingaan op het probleem van herinnering.

De herinnering van technische dingen is essentieel; de psychologische herinnering echter, welke het zelf, het 'mij' en het 'mijne handhaaft, welke identificatie en zelfvoortbestaan geeft, is volkomen schadelijk voor het leven en voor de werkelijkheid.

Wanneer men daarvan de waarheid inziet, valt het onware weg; daarom is er dan geen psychologische herinnering van de ervaring van gisteren.

Gij ziet een heerlijke zonsondergang, een mooie boom in een veld en, wanneer ge er voor het eerst naar kijkt, geniet ge er volkomen, volmaakt van; doch gij gaat er weer heen met het verlangen opnieuw te genieten.

Wat gebeurt er, wanneer gij terug gaat met het verlangen er van te genieten?

Er is dan geen genieten, omdat het de herinnering is van de zonsondergang van gisteren, welke u nu doet terugkeren, u drijft en aanspoort om te genieten.

Gisteren was er geen herinnering, doch slechts een spontane waardering, een rechtstreekse reactie; vandaag zijt ge begerig om de ervaring van gisteren opnieuw te ondergaan.

D.w.z. herinnering stelt zich tussen u en de zonsondergang en daarom is er geen genieten, geen rijkdom, geen vervulling in schoonheid.

Nogmaals, ge hebt een vriend, die gisteren iets tot u zei, een belediging of een compliment en gij bewaart deze herinnering; met die herinnering treedt ge vandaag uw vriend tegemoet.

In werkelijkheid treedt ge uw vriend niet tegemoet - gij draagt met u mee de herinnering van gisteren, welke tussenbeide komt.

En zo gaan we voort onszelf en onze handelingen te omringen met herinneringen en daarom is er geen nieuwheid, geen frisheid.

Zo komt het, dat herinnering het leven afmattend, saai en leeg maakt.

We leven in strijd met elkaar, omdat het 'mij' en het 'mijne' door herinnering worden versterkt.

Herinnering ontstaat door daden in het heden; wij geven leven aan herinnering door het heden, doch, wanneer we haat niet tot leven wekken, kwijnt ze weg.

De herinnering aan feiten, aan technische zaken is een vanzelfsprekende noodzaak, doch herinnering als psychologisch vasthouden is nadelig voor het begrijpen van het leven, voor onderlinge gemeenschap.