LEVENDE
GEDACHTEN
x
OSHO
x
KRISHNAMURTI
x
MAHARISHI
x
MEHER BABA
x
SAI BABA
x
VIVEKANANDA
x
BHAGAVAD GITA
x
MYSTIEK
x
NIETZSCHE
SPINOZA
FILOSOFIE OVERIGE
x
I TJING  
x
THOMAS EVANGELIE
x
OVERIGE
x
CITATEN
x
TREFWOORDEN & LINKS
x
SITEMAP
x
HOMEPAGE

 

      KRISHNAMURTI: DE ENIGE REVOLUTIE 

  MEDITATIE: VOLSLAGEN BUITENSTAANDER WORDEN  

Meditatie is geen vluchten uit de wereld - geen zichzelf afzonderen en afsluiten, maar veeleer het begrijpen van de wereld en haar wegen.

De wereld heeft weinig meer te bieden dan voedsel, kleding en onderdak, en genot met haar vele smarten.

Meditatie is weg zwerven van deze wereld; men moet volslagen buitenstaander worden.

Dan heeft de wereld een zin, en is de schoonheid van hemelen en aarde bestendig.

Dan is liefde geen genot.

Aan dit alles ontspringt een werkzaamheid welke niet de vrucht is van spanning, van tegenstrijdigheid, van het zoeken naar zelf-vervulling, of van machtswaan.

Belangrijk in meditatie is de hoedanigheid van geest en hart.

Niet wat u bereikt of wat u meent te verwerven, maar de hoedanigheid van geest die onschuldig en kwetsbaar is.

Dankzij de ontdekking is er een positieve staat.

Enkel ervaring verzamelen of daarin leven ontzegt de meditatieve zuiverheid.

Meditatie is geen middel tot een doel.

Zij is middel en doel beide.

De geest kan nooit onschuldig worden door ervaring.

De afwijzing van ervaring brengt die positieve staat van onschuld voort die niet door het denken kan worden aangekweekt.

Het denken is nooit onschuldig.

Meditatie maakt een einde aan het denken, niet door degene die mediteert, want wie mediteert is meditatie.

En zonder meditatie is men als een blinde in een wereld van grote schoonheid, licht en kleur.

Wandel langs de zee en laat deze mediterende hoedanigheid over u komen.

Wanneer dit gebeurt jaagt haar dan niet na.

Wat men najaagt zal de herinnering zijn van wat was - en wat was is de dood van wat is.

Of wanneer u tussen de heuvels dwaalt, laat alles dan spreken van de schoonheid en de pijn van het leven, zodat u ontwaakt tot uw eigen smart en het einde daarvan.

Meditatie is de wortel, de plant, de bloem, en de vrucht.

Het zijn de woorden die de vrucht, de bloem, de plant en de wortel van elkaar scheiden.

In deze scheiding brengt actie geen goedheid voort.

Meditatie is niet het herhalen van een woord, noch het ervaren van een visioen, noch het aankweken van stilte.

De kraal en het woord maken zeker de kwetterende geest rustiger, maar dit is een vorm van zelf-hypnose.

Men kan net zo goed een pil innemen.

Meditatie is niet je zelf in een denkpatroon hullen, in een verrukking van genot.

Meditatie kent geen begin en dus ook geen einde.

Meditatie is ontvouwing van het nieuwe.

Het nieuwe gaat uit boven het zich herhalende verleden - en meditatie is het einde van deze herhaling.

De dood die door de meditatie veroorzaakt wordt, luidt de onsterfelijkheid in van het nieuwe.

Het nieuwe wordt niet gevonden op het gebied van het denken, en meditatie is het stil zijn van het denken.

Meditatie is geen verworvenheid, noch het opvangen van een visioen, noch de opwinding van sensatie.

Zij is de rivier gelijk, ontembaar, snel stromend en haar oevers te buiten gaande.

Zij is de stilte waarin de waarnemer van het begin af niet aanwezig is.

Meen niet dat meditatie een voorzetting of een uitbreiding van de ervaring is.

In de ervaring is altijd de getuige aanwezig en hij is altijd gebonden aan het verleden.

Meditatie is dat volledige niet-handelen, dat het einde is van alle ervaring.

De werking der ervaring heeft haar wortels in het verleden en bindt dus aan de tijd; zij leidt tot een handelen dat niet-handelen is en veroorzaakt wanorde.

Meditatie is een totaal niet-handelen dat voortkomt uit een geest die ziet wat er is zonder verstrengeling met het verleden.

Dit handelen is geen antwoord op een uitdaging, maar het handelen van de uitdaging zelf, dat geen dualiteit kent.

Meditatie is het zich ontdoen van de ervaring, iets dat bewust of onbewust al de tijd voortgaat, en dus niet beperkt is tot een bepaald deel van de dag.

Het is een voortdurende werking van de morgen tot de avond - waakzaamheid zonder een bewaker.

Daarom bestaat er geen scheiding tussen het dagelijks leven en meditatie, het religieuze en het wereldlijk leven.

De scheiding treedt enkel op als de bewaker gebonden is aan de tijd.

In deze scheiding ligt wanorde, ellende en verwarring besloten, en dat is de toestand waarin de maatschappij verkeert.

Meditatie is dus niet individualistisch, en evenmin sociaal; ze gaat boven beide uit, en omvat dus beide.

Dit is liefde: de bloei der liefde is meditatie.

Meditatie is beweging in stilte.

Stilte van de geest is de weg van het handelen.

Handelen dat ontspruit aan het denken is een niet-handelen dat wanorde voortbrengt.

Deze stilte is geen product van het denken en evenmin maakt het een einde aan het kwetteren van de geest.

Een stille geest is enkel mogelijk, wanneer het brein zelf rustig is. Vanuit deze stilte is handelen dat geen orde veroorzaakt alleen mogelijk, als de waarnemer, het middelpunt, de ervarende een einde heeft genomen - want dan is zien doen.

Zien is alleen mogelijk vanuit een stilte, waaruit alle waardering en zedelijke waarden verdwenen zijn.

Wanneer ge bij het mediteren opzettelijk een houding, een pose aanneemt, wordt het een stuk speelgoed van de geest.

Wanneer ge besluit uzelf terug te trekken uit de verwarring en de ellende van het leven, wordt het een ervaring van de verbeelding - en dat is geen meditatie.

De bewuste, noch de onbewuste geest mogen er een rol in spelen; zij moeten zich zelfs niet bewust zijn van de omvang en de schoonheid der meditatie - als ze dit wel zijn, kunt ge even goed een romannetje gaan kopen.

In de totale aandacht der meditatie bestaat er geen kennen, geen herkennen, noch de herinnering aan iets dat is voorgevallen.

Tijd en denken hebben geheel en al een einde genomen, want ze zijn het centrum dat zijn eigen visie beperkt.

Als het licht opflitst, schrompelt het denken weg en de bewuste inspanning om het te ervaren en de herinnering daaraan, is het woord dat is geweest.

En het woord is nimmer het actuele.

Op dat moment - waarin de tijd geen rol meer speelt - is het allerhoogste het onmiddellijke, maar dat allerhoogste heeft geen symbool, behoort niet toe aan een persoon, aan een god.

Meditatie is niet een ervaring van wat boven het denken en voelen van elke dag uitgaat, noch het najagen van visioenen en genietingen.

Een onvolwassen en lage, kleine geest kan visioenen van groter bewustzijn hebben - en heeft die ook - en van ervaringen die hij herkend naar zijn eigen bepaaldheid.

Deze onrijpheid kan zeker groot succes in deze wereld hebben en tot roem en eer geraken.

De goeroes die zij volgt zijn van dezelfde kwaliteit en staat.

Meditatie wordt bij hen niet gevonden, en zij wordt niet de zoeker, want de zoeker vindt wat hij wenst, en de troost die dit hem brengt is de moraliteit van zijn eigen angsten.

Wat hij ook doet, de aanhanger van geloof en dogma kan het gebied van de meditatie niet binnengaan.

Voor meditatie is vrijheid nodig.

Niet eerst meditatie en dan vrijheid; vrijheid - de totale afwijzing van sociaal moraal en waarden - is de eerste beweging van meditatie.

Ze is geen publieke zaak, waar velen aan kunnen deelnemen en gebeden zeggen.

Zij staat op zichzelf en altijd buiten de grenzen van het sociaal gedrag.

Want de waarheid wordt niet gevonden in de zaken van het denken, of in wat het denken bij elkaar heeft gespaard en waarheid noemt.

De volledige afwijzing van deze gehele gedachtestructuur is het positieve van meditatie.

Meditatie is een nooit-eindigende beweging.

Men kan nooit zeggen dat men aan het mediteren is, of een bepaalde tijd vaststellen voor meditatie.

Zij staat niet tot uw beschikking.

Haar zegen gewordt u niet, omdat u een systematisch leven leidt of een bepaalde routine of moraal volgt.

Zij gewordt u enkel als uw hart werkelijk open staat.

Niet geopend door de sleutel van het denken, niet beveiligt door het intellect, maar wanneer het open staat zoals de hemel zonder een enkele wolk; dan komt ze buiten uw weten om, zonder uitnodiging uwerzijds.

Maar u kunt haar nooit bewaken, houden, aanbidden.

Indien u dit probeert, komt zij nimmer terug: wat u ook doet, zij blijft u mijden.

In meditatie zijt ge niet belangrijk, ge hebt er geen plaats in; haar schoonheid is niet de uwe, maar in haarzelf.

En daaraan kunt u niets toevoegen.

Kijk niet uit het raam in de hoop haar onverhoeds te vangen, of zit niet in een donkere kamer op haar te wachten; zij komt enkel wanneer u er helemaal niet is, en haar zegen is niet continu.

Meditatie is het ledigen van de geest van het bekende.

Het bekende is het verleden.

Het ledigen komt niet aan het slot van het verzamelen, maar het betekent dat men in het geheel niet verzamelt.

Wat geweest is, wordt enkel geleegd in het heden, niet door denken maar door handelen, door het doen van wat is.

Het verleden is de beweging van slotsom naar slotsom en het beoordelen door die slotsom van wat is.

Elk oordeel is een slotsom, zij het van het verleden als van het heden, en deze slotsom verhindert het voortdurend ledigen van de geest van het bekende; want het bekende is altijd slotsom, vaststelling.

Het bekende is de werkzaamheid van de wil, en het willen is de voortzetting van het bekende, zodat de werkzaamheid van de wil met geen mogelijkheid de geest kan ledigen.

De ledige geest kan niet gekocht worden bij het altaar van de vraag; hij ontstaat als het denken gewaar is van zijn eigen activiteiten - niet de denker gewaar van zijn gedachte.

Meditatie is onschuldig zijn aan het heden, en daarom is de geest altijd alleen.

De geest die volslagen alleen is, onberoerd door het denken, verzamelt niet langer.

Het ledigen van de geest vindt altijd in het heden plaats.

Voor de geest die alleen is, houdt de toekomst - die tot het verleden behoort - op te bestaan.

Meditatie is een beweging, geen slotsom, geen einde dat bereikt moet worden.

Slapen is even belangrijk als wakker zijn, misschien nog belangrijker.

Als overdag de geest waakzaam, zelfbespiegelend is en de innerlijke en uiterlijke beweging van het leven waarneemt, dan komt 's nachts de meditatie als een zegen.

De geest ontwaakt en uit de diepte van de stilte stijgt de verrukking der meditatie op, die door geen verbeelding of fantasie ooit te voorschijn kan worden geroepen.

Het gebeurt zonder dat de geest haar ooit uitnodigt; zij gewordt uit de rust van het bewustzijn - niet erin maar er buiten, niet aan de buitenkant, maar buiten bereik van het denken.

Er blijft dus geen herinnering aan bestaan, want herinnering behoort steeds tot het verleden.

Zij komt vanuit de volheid van het hart, en niet vanuit intellectuele pienterheid en vermogens.

Misschien komt ze nacht na nacht, maar elke keer, indien u aldus gezegend wordt, is zij nieuw - niet nieuw in tegenstelling tot oud, maar zonder de achtergrond van het oude, nieuw in haar verscheidenheid en onveranderlijke verandering.

Zo wordt de slaap iets buitengewoon belangrijks, niet de slaap der uitputting, niet de slaap veroorzaakt door narcotica of lichamelijke bevrediging, maar een slaap even licht en snel als het lichaam gevoelig is.

En het lichaam wordt gevoelig door waakzaamheid.

Soms is de meditatie zo licht als een voorbijgaande bries; andermaal is haar diepte niet te meten.

Maar als de geest een van beide vasthoudt als een te koesteren herinnering, dan neemt de extase der meditatie een einde.

Het is belangrijk haar nimmer sprake zijn bij meditatie, want meditatie heeft geen wortel, noch enige substantie die de geest kan vasthouden.

Meditatie is een beweging in aandacht.

Aandacht is geen verworvenheid, want ze is niet persoonlijk.

Het persoonlijke element doet enkel zijn intrede, wanneer de waarnemer het middelpunt is, van waaruit hij concentreert of domineert; alle verworvenheid is dus fragmentarisch en beperkt.

Aandacht behoeft geen grensgebied, geen grens over te trekken; aandacht is klaarheid, los van alle denken.

Het denken kan nooit klaarheid scheppen, want het heeft zijn wortels in het dode verleden; denken is dus handelen in het duister.

Daarvan gewaar zijn is aandacht hebben.

Gewaar zijn is geen methode die naar aandacht voert; een dergelijke aandacht ligt in het gebeid van het denken en kan dus beheerst of gewijzigd worden; gewaar zijn van deze niet-aandacht is aandacht.

Meditatie is geen verstandelijk proces - dat nog tot het gebied van het denken behoort.

Meditatie is vrij zijn van denken, en een beweging in de extase der waarheid.

Een meditatieve geest is stil.

Niet een stilte die het denken zich kan voorstellen; niet de stilte van een stille avond; maar een stilte die ontstaat als het denken - met al zijn beelden, woorden en waarnemingen - geheel en al stil staat.

Deze meditatieve geest is de religieuze geest - de religie welke niet beroerd wordt door de kerk, de tempels of door gezangen.

De religieuze geest is de explosie van liefde.

Deze liefde kent geen scheiding.

Voor haar is het verre nabij.

Zij is niet de ene of de velen, maar die toestand waarin alle scheiding ophoudt.

Evenmin als bij de schoonheid zijn woorden de maat der liefde.

Alleen vanuit deze stilte kan de meditatieve geest handelen.

Meditatie is nooit gebed.

Het gebed, de smeekbede, wordt geboren uit zelfbeklag.

U bidt wanneer u in moeilijkheden verkeert, wanneer u verdriet heeft; maar als u gelukkig, blij is, zijn er geen smeekbeden.

Dit zelfbeklag dat zich zo diep in de mens vatgezet heeft, is de wortel van scheiding.

Dat wat afgescheiden is, of meent afgescheiden te zijn, dat steeds identificatie zoekt met iets dat niet afgescheiden is, brengt alleen meer verdeeldheid en pijn.

Vanuit deze verwarring roept men de hemel aan, of zijn echtgenoot, of een of andere godheid in de geest.

Op deze roep kan een antwoord komen, maar het antwoord is de echo van het zelfbeklag, in haar afgescheidenheid.

De herhaling van woorden, van gebeden, is zelf-hypnose, zelf-opsluiting, en vernietigend.

De afzondering van het denken vindt altijd plaats in het gebied van het bekende, en het antwoord op het gebed is het antwoord van het bekende.

Meditatie is daar verre van.

In haar gebied kan het denken niet binnendringen; daar is geen scheiding en dus geen vereenzelviging.

De meditatie is in het opene; geheimzinnigheid vindt er geen plaats in.

Alles ligt bloot, is helder; dan is er de schoonheid der liefde.

De geest die zich vrijmaakt, dat is de meditatie.

Gebed gaat van het bekende naar het bekende; het kan resultaten opleveren, maar alleen op het gebied van het bekende - en het bekende is het conflict, de ellende en de verwarring.

Meditatie is de totale afwijzing van alles wat de geest heeft verzameld.

Het bekende is de waarnemer, en de waarnemer ziet enkel door het bekende.

Het beeld is de waarnemer en de waarnemer, en meditatie is een einde maken aan het verleden.

Meditatie is het totaal van alle energie.

Ze kan niet stukje bij beetje verzameld worden door dit af te wijzen en dat af te wijzen, door dit te vangen en dat vast te houden; maar ze is veel meer de totale afwijzing, zonder enige keus, van alle verkwistende energie.

Keuze is het resultaat van verwarring; en de essentie van verkwiste energie is verwarring en conflict.

Om ieder ogenblik duidelijk te kunnen zien wat is, behoeft men de aandacht van alle energie; en daarin schuilt geen tegenstrijdigheid of dualiteit.

Deze totale energie ontstaat niet door onthouding, door de geloften van kuisheid en armoede, want alle beslissingen en handelingen van de wil zijn een verspilling van energie, omdat het denken erin betrokken is, en het denken is verspilde energie; de waarneming echter nooit.

Het zien is geen vastberaden inspanning.

Er bestaat geen 'ik wil zien', maar alleen zien.

Waarneming zet de waarnemer opzij, en dat is geen verspilling van energie.

De denker die probeert waar te nemen, bederft de energie.

Het totaal van energie, van meditatie, breidt zich steeds uit, en handelen in het dagelijks leven wordt er deel van.

Meditatie is het bevrijden van de geest van alle oneerlijkheid.

Het denken kweekt oneerlijkheid.

Het denken in zijn poging om eerlijk te zijn, vergelijkt en is daarom oneerlijk.

Alle vergelijken is een proces van ontwijken en kweekt dus oneerlijkheid.

Eerlijkheid is het tegenovergestelde van oneerlijkheid.

Eerlijkheid is geen beginsel.

Het is niet zich voegen naar een patroon, maar de totale waarneming van wat is.

En meditatie is de beweging van deze eerlijkheid in stilte.

Verbeelding en denken spelen geen rol in de meditatie.

Zij leiden tot gebondenheid; en meditatie brengt vrijheid.

Het goede en het plezierige zijn twee verschillende zaken; het eerste brengt vrijheid en het andere leidt tot gebondenheid aan de tijd.

Meditatie is vrij zijn van de tijd.

Tijd is de waarnemer, de ervarende, de denker, en tijd is denken; meditatie echter is uitgaan boven de activiteiten van de tijd.

Verbeelding ligt altijd in het veld van de tijd, en hoe verborgen en heimelijk ook, ze is werkzaam.

Deze werking van het denken zal onvermijdelijk leiden tot conflicten en tot gebondenheid aan de tijd.

Mediteren is niet in aanraking komen met de tijd.

Mediteren is boven de tijd uitstijgen.

De tijd is de afstand die het denken bij zijn successen aflegt.

De tocht gaat altijd langs het oude pad, bedekt met een nieuwe laag, nieuwe uitzichten, maar steeds dezelfde weg, die nergens heen leidt - dan naar pijn en smart.

Alleen wanneer de geest boven de tijd uitstijgt, is de waarheid niet langer een abstractie.

Dan is zegen geen denkbeeld dat aan genot ontleend wordt, maar een werkelijkheid die niet verbaal is.

De geest ontdoen van de tijd, is de stilte der waarheid, en dit zien is doen; er is dus geen scheiding tussen zien en doen.

In het interval tussen zien en doen worden conflict, ellende en verwarring geboren.

Wat geen tijd heeft, is het eeuwigdurende.

Meditatie is het ontwaken van zegen, ze maakt deel uit van de zinnen en gaat daarboven uit.

Ze heeft geen continu´teit, want ze behoort niet bij de tijd.

Het geluk en de vreugde van verwantschap, het gezicht van een wolk die de aarde draagt, en het licht van de lente op de bladeren zijn een verrukking voor het oog en voor de geest.

Deze verrukking kan worden aangekweekt door het denken en een bepaalde duur krijgen in de ruimte der herinnering, maar het is niet de zegen van de meditatie waarin de intensiteit van de zinnen besloten ligt.

De zinnen moeten intens zijn en op geen enkele wijze door het denken, door de discipline van onderwerping en maatschappelijke moraal worden verwrongen.

De vrijheid der zinnen is niet eraan toegeven, het toegeven is het genot van het denken.

Het denken is als de rook van een vuur en zegen is vuur zonder rook die de ogen doet tranen.

Genot is een ding, zegen een ander.

Genot is de gebondenheid van het denken, en zegen gaat boven het denken uit.

De grondslag van meditatie is het begrijpen van denken en van genot, met hun moraal en de discipline die troost schenkt.

De zegen der meditatie kent geen tijd of duur; ze gaat boven beide uit en is dus niet meetbaar.

Haar extase ligt niet in het oog van de beschouwer, evenmin is het een ervaring van de denker.

Het denken kan het niet beroeren met zijn woorden en symbolen, en de verwarring die het schept; het is geen woord dat wortel kan schieten in het denken en daardoor.

Deze zegen komt voort uit volledige stilte.

Meditatie is het handelen der stilte.

Meestal berust ons handelen op een mening, een conclusie en kennis, of op voornemens.

Dit leidt onvermijdelijk tot een tegenstrijdig handelen tussen wat is en wat zou moeten zijn, of wat is geweest.

Dit handelen vanuit het verleden, kennis genoemd, is mechanisch, vatbaar voor aanpassing en wijziging, maar heeft haar wortels in het verleden.

En zo valt de schaduw van het verleden altijd op het heden.

Dit handelen in verwantschap is het resultaat van het beeld, het symbool, de slotsom; verwantschap is dan iets van het verleden, en dus is zij herinnering en geen levend iets.

Uit dit gekwetter, uit deze wanorde en tegenspraak ontstaan bepaalde activiteiten, die uiteenvallen in de patronen van cultuur, gemeenschappen, sociale instellingen en godsdienstige dogma's.

Uit dit eindeloze lawaai doet men de revolutie van een nieuwe sociale orde verschijnen, alsof zij werkelijk iets nieuws was, maar daar zij van het bekende overgaat in het bekende is er in het geheel geen verandering.

Verandering is enkel mogelijk als men het bekende afwijst; het handelen geschiedt dan niet volgens een patroon, maar op grond van en intelligentie die zichzelf voortdurend vernieuwt.

Intelligentie is geen onderscheidingsvermogen of oordeel of kritische waardering.

Intelligentie is zien wat is.

Dit wat is veranderd voortdurend, en wanneer het zien verankerd is in het verleden, houdt het intelligente zien op.

Dan dicteert het dode gewicht der herinnering het handelen, en niet de intelligente waarneming.

Meditatie is: dit alles met een blik zien.

En om te zien behoeft men stilte, en uit die stilte ontstaat een handelen dat volkomen verschilt van de activiteit van het denken.