LEVENDE
GEDACHTEN
x
OSHO
x
KRISHNAMURTI
x
MAHARISHI
x
MEHER BABA
x
SAI BABA
x
VIVEKANANDA
x
BHAGAVAD GITA
x
MYSTIEK
x
NIETZSCHE
SPINOZA
FILOSOFIE OVERIGE
x
I TJING  
x
THOMAS EVANGELIE
x
OVERIGE
x
CITATEN
x
TREFWOORDEN & LINKS
x
SITEMAP
x
HOMEPAGE

 

      OSHO: WIE IS VAN LICHT ? 

  GOD: EEN KINDERLIJKE PROJECTIE  

Heeft het gewone menselijke bestaan en de gewone dood dan geen zin?

Is de niet-Verlichte menselijke existentie van alle zin ontbloot?

De mens die deze aarde een beetje mooier maakt, die hem beter achterlaat dan toe hij arriveerde, heeft een zinvol leven achter de rug.

Dat is wat wij zeggen.

Wij dragen allen bij aan de evolutie van de mensheid.

Maar we moeten onszelf niet voor de gek houden.

Wij worstelen met de zin van ons leven.

Wij zien mensen levens leiden vol smart en pijn, vol verschrikking en verwarring.

Wij zien weinig mensen die tijdens hun leven Goddelijkheid realiseren.

Dat is een feit.

Zelfs als we gevoelige, intelligente mensen zijn, niet van hout, dan zijn we nog niet van Licht, van Bewustzijn.

Geloven in 'God' brengt ons niet verder.

Daarmee werd onze ontwikkeling op een dood spoor gezet.

Geloven is een rampzalige gewoonte die de mens eeuwenlang infantiel heeft gehouden.

Het woord 'God' verwijst naar een fictie die hem duizenden jaren is aangepraat en die hij omarmt om zo zin en betekenis aan zijn leven te geven.

God, hemel, hel, Schepping, paradijs, Messias, Verlosser, Gods woorden in heilige geschriften: het zijn alle 'onzichtbare haarspelden' die grote aftrek hebben gevonden.

Er is veel geld met deze ficties verdiend en veel macht ontplooit door de hiŽrarchie der priesters, grossiers in deze haarspelden.

Freud en Nietzsche maakten een einde aan de fictie 'God'.

Bhagwan(Osho) doet het nu opnieuw.

Bovendien corrigeert hij Nietzsche.

'God' kan niet dood zijn, want hij heeft nooit geleefd.

Het was een kinderlijke projectie.

Aan dit taaie waanidee van 'God' als 'Schepper', 'Vader', 'Object' of 'Ander' werd recent een groot aantal beschouwingen gewijd.

De fictie 'God', zelfs als hypothese onnodig, is ontstaan en omarmd omdat de mens in zijn angst en vertwijfeling zocht naar de zin en betekenis van zijn leven.

Er moest een zin worden gevonden.

Het leven kan niet zonder betekenis zijn.

Als dat wel zo is, zo luidt de vraag: 'wat doe ik dan hier?

Waarom ben ik dan hier?

Wat betekent dit dan allemaal?

Als er geen 'Schepper' - al of niet in de hemel - is, wat betekent dan dit spel van voortdurend scheppingsgebeuren?'

Het antwoord op deze vraag is dat het leven, deze natuur, deze wereld van verschijningen en ervaringsmogelijkheden geen betekenis hebben.

Het is een ondoordringbaar Mysterie.

Niemand, Jezus niet, Boeddha niet, Bhagwan(Osho) niet, niemand heeft ooit en zal dit mysterie ooit doorgronden.

Het is onkenbaar.

Daarom is naast het hanteren en verkopen van het concept 'God', de andere misdaad der pseudo-religie dat zij deze existentie als kenbaar heeft voorgesteld.

Ze heeft de existentie gedemystificeerd.

Waarom moet aan dit creatieve proces, zonder begin, zonder einde, betekenis worden gegeven?

Heeft een roos zin of een madeliefje?

Heeft een wolk betekenis of de sterren of de maan?

Wij moeten afscheid nemen, zowel van de fictie van 'God' als persoon (of Ander) als van de fictie dat uiteindelijk alles kenbaar zal zijn.

Totale Onwetendheid is onze Waarheid.

Als dit mens dit Mysterie waarachtig leeft, als zich een revolutie in bewustzijn bij hem heeft voltrokken, als bewustzijn alles doortrekt, dan ademt alles 'Goddelijkheid'.

De preoccupatie met de zin van het leven is uitdrukking van een schokkend feit.

Wij kennen de zin niet omdat wij niet leven.

Omdat wij niet in dit Mysterie zijn vervloeid.

Als het leven zelf zijn enige zin is, wordt duidelijk, dat de mens die naar de zin van het leven vraagt (of bezig is met zijn particuliere zingeving) in de subject-objectspitsing van het bewustzijn existeert en dus niet een is met het leven.

Een mens, stofje in dit heelal, die zin gaat hechten en gaat hangen aan dit leven?

Dat is absurd.

Die absurditeit toont aan dat de mens outsider is gebleven, een inspecterende en observerende, die vanuit zijn positie van ik-element aan wanhopige zin- en betekenisverlening gaat doen.

Er is een antwoord mogelijk.

Als ik de zin van het leven wil leren kennen, dan moet 'ik' erin duiken.

En wel zo volledig, dat 'ik' permanent verdwijn, vervloei met dat leven zelf.

Daarom is dit leven, in dit lichaam een unieke opgave, een school en uitdaging.

Het is de kans om tot Verlichting te komen en zo een te worden met het leven.

Alle pogingen tot zingeving via kennis, geloof, filosofie, reÔncarnatiebeschouwingen, leerstellingen, welke dan ook (de ene fictie doet duizend andere ontstaan) houden mij gevangen en versperren mij de weg tot die eenwording.

Ik verfraai dan alleen het interieur van de betonnen bunker van mijn ik-heid met de Perzische tapijten en snuisterijen van mijn kennis, filosofische beschouwingen en vormen van geloof.

Maar de lucht blijft er bedompt.

De essentiŽle vragen zijn: 'hoe kom in uit die bunker?

Hoe kan 'ik' sterven voor de lichamelijke dood mij uit deze school weghaalt?

Hoe breng ik de scheidingswand (die ik ben) tot verdwijnen?

Hoe vloei ik, als hoogste uitdrukking van mens-zijn, als en druppel terug in de oceaan?

Hoe lost ik op in Licht?'