LEVENDE
GEDACHTEN
x
OSHO
x
KRISHNAMURTI
x
MAHARISHI
x
MEHER BABA
x
SAI BABA
x
VIVEKANANDA
x
BHAGAVAD GITA
x
MYSTIEK
x
NIETZSCHE
SPINOZA
FILOSOFIE OVERIGE
x
I TJING  
x
THOMAS EVANGELIE
x
OVERIGE
x
CITATEN
x
TREFWOORDEN & LINKS
x
SITEMAP
x
HOMEPAGE

 

      OSHO: WIE IS VAN LICHT ? 

  RELIGIE IS IN ESSENTIE BETROKKEN OP DE DOOD  

'God', zo zei hij eens,' is niet echt het centrum van religieus onderzoek.

Het is de dood.

Zonder de dood zou er helemaal geen religie zijn geweest.

Het is de dood, die de mens het bovenzinnelijke, het onsterfelijke laat zoeken en onderzoeken.

De dood omringt ons als een oceaan, net zoals de oceaan een eilandje omringt.

Dat eilandje kan elk ogenblik worden overstroomd.

Het volgende ogenblik, morgen komt wellicht nooit.

Dieren zijn niet religieus, om de eenvoudige reden dat zij zich niet van de dood bewust zijn.

Zij kunnen hun eigen sterven niet bevatten.

Hoewel zij soortgenoten dood zien gaan is het een kwantumsprong om, door het zien sterven van een ander, tot de conclusie te komen: 'ook ik ga sterven.'

Dieren zijn niet in die mate alert, bewust, om zulk een gevolgtrekking te maken.

En de meerderheid van de mensen is eveneens subhumaan, nog niet menselijk.

Een mens is pas werkelijk rijp, wanneer hij tot deze conclusie is gekomen: 'als de dood ieder ander overkomt, dan kan ik daarop geen uitzondering zijn.'

Wanneer deze conclusie eenmaal diep in je hart gezonken is, kan je leven nooit meer hetzelfde zijn.'

In het vervolg van deze lezing gaf hij aan, dat wij de neiging hebben het vraagstuk van de dood te ontlopen.

'Wij stellen geen echte vragen over de dood. We vragen over 'God'.

Die vragen zijn kinderlijk, want wat weten wij van 'God'?

Wij onderzoeken iets wat ons volledig onbekend is.

Terwijl de dood als een feit voor ons staat.

De mens die door blijft vragen over de dood moet het Goddelijke vinden want zulk een onderzoek scherpt het bewustzijn.

Nu heeft men een authentieke vraag gesteld, een uitdaging geschapen die het leven transformeert.

Religie is in essentie betrokken op de dood.

De dood omvat alles.

Hij omvat het leven de liefde en meer.

Dat meer kan noch het leven, noch de liefde omvatten.

De dood is de culminatie, het crescendo, de hoogste piek.

Leven is de basis, de dood is de piek, de liefde zit er ergens tussenin.

De religieuze mysticus tracht het mysterie van de dood te exploreren en door zo te doen, komt hij onvermijdelijk tot de kennis omtrent het leven en de liefde.

Dat zijn niet doelstellingen.

Het binnendringen van de dood is zijn doel, omdat er niets schijnt te zijn dat zo mysterieus is.

Liefde en het leven ontlenen de kwaliteit van mysterie aan de dood. Als de dood verdwijnt is er geen mysterie meer omtrent het leven.

Een dood lichaam, een kadaver heeft geen mysterie, want... het kan niet meer sterven.'

En later in dezelfde lezing: 'religie is gefundeerd in de zoektocht naar de dood.

De dood begrijpen, het te ervaren is alles begrijpen en alles ervaren.

Omdat in de ervaring van de dood je niet alleen het leven op zijn hoogtepunt ervaart, en liefde ten diepste, maar omdat je in het ervaren van de dood, het Goddelijke ervaart.

De dood is de deur tot het Goddelijke, de naam van deur van Gods tempel.

De meditatieve mens sterft vrijwillig.'

'Sterven', in de zin van een totale transformatie van het bewustzijn, echter iets geheel anders.

Men duwt het weg, terwijl de Meester dat toch voortdurend naar binnen hamert.

'Als jij,' zo zegt hij, 'opnieuw geboren wilt worden; sterf dan in mij.

Vlieg als een mot naar de vlam van bewustzijn en liefde, die ik ben.

Beweeg je steeds dichter in liefde naar mij toe, verdwijn in het zwarte gat van mijn niet-ego-zijn.

Ik ben een nul, een niemand, een niets.

De persoon (persona,masker,schil,ego) is niet meer.

Als je de moed hebt, naar mij toe te gaan, zul je zien, dat je in dit nader komen zelf verdwijnt.

Althans je persoonlijkheid, je persoonlijke zelf.

Tot er een moment komt, waarop de laatste scheidingswand, de sensatie van scheiding, waarin je altijd hebt geŽxisteerd (leven na leven bracht je door in die scheidingssensatie), wegvalt.'

Rond dit thema werd Bhagwan(Osho) eens de vraag gesteld: 'Bhagwan(Osho), ik kijk in uw ogen, maar er is niemand daar.

Waar bent U? Zijn antwoord was:

De dauwdruppel is verdwenen in de oceaan.

Wel vergeet de dauwdruppel en kijk naar de oceaan.

Als je doorgaat met naar de dauwdruppel te zoeken, zul je de oceaan missen.

Je zult bezig blijven met de dauwdruppel, je zult niet in staat zijn om de wijsheid te zien, die is ontstaan.

De dauwdruppel bestaat in zeker opzicht niet meer, als hij in de oceaan verdwijnt.

Maar aan de andere kant bestaat hij voor de eerste keer.

Nu is hij de oceaan geworden.

Als je in mijn ogen kijkt, probeer dan niet naar een persoon te zoeken.

Je zult niemand vinden.

De persoon is verdwenen, er is nu een presentie.

Presentie in oneindig.

Een persoon is gedefinieerd, heeft een grens, een zekere naam, vorm, een etiket.

Presentie is eenvoudig presentie.

De bloem bestaat niet langer, ze is geur geworden.

Je kunt de bloem in je handen houden, maar de geur niet.

Om de geur te ervaren, heb je helemaal geen handen nodig.

Zo zou je dichter bij mij moeten komen.

Je zou gevoeliger moeten zijn, je af moeten stemmen op mijn presentie.

En de enige manier om synchroon te zijn met mijn presentie, is dat ook jij je persoon laat oplossen en presentie wordt.

Alleen twee presenties kunnen elkaar ontmoeten, zich vermengen en in elkaar opgaan.

Als je een persoon bent, dan is er geen mogelijkheid om met mij te versmelten en in mij op te gaan.

Je blijft een rots en ik ben een rivier.

Hoe kun je dan samensmelten en vermengen?

Word ook een presentie.

Dat is mijn hele leer, mijn hele boodschap.

Laat de persoon sterven, laat de bloem verdwijnen.

De persoon is niets anders dan een masker.

Presentie is je wezen.

Presentie is datgene wat wordt bedoeld met 'Goddelijkheid'.

Er is geen God, alleen maar 'Goddelijkheid'.

Maar omdat we personen zijn, stellen we ons 'God' ook als een persoon voor.

Het kan niet anders, dan dat onze houding ten opzichte van ons zelf wordt weerspiegeld in onze houding ten opzichte van de existentie.

Dit laatste kan niet anders dan deel zijn van onze houding ten opzichte van onszelf.

Je bent nog steeds naar een persoon aan het zoeken in mijn ogen.

Ik verzeker je, er is er geen en daarom word je ook bang, angstig, omdat je leegte, 'niets' zult zien.'